Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 30-06-2020

doen

betekenis & definitie

A. (deed, deden; heeft gedaan)

1. verrichten : werk -; al -de leert men. Gez. dat doet men niet, dat is onkies, ongepast; eerst of voor gedaan en dan of na bedacht, heeft menigeen in leed gebracht, een overijld besluit heeft vaak nadelige gevolgen; er is geen aan, het is niet te doen; het er om -, het met opzet doen ; het hem -, de eigenlijke oorzaak zijn of de zaak zijn, waarop het aankomt; het is mij te ik heb tot doel...; iemand te staan, zijn plicht zijn; iets gedaan krijgen, er in slagen ; met iemand te hebben, een zaak, strijd, twist met hem hebben of medelijden met hem hebben; met iemand te krijgen, ruzie met hem krijgen; wat is er te -? wat gebeurt er? → botje, eer. Syn. → bedrijven. ♰
2. ten uitvoer brengen, uitvoeren, volbrengen, vol voeren : een wonder het is te met ... → zeggen. Syn. → betrachten.
3. in het werk stellen : zijn best -.
4. behartigen : iets te hebben; te hebben, krijgen, werk hebben.
5. handel drijven : in kolen -; veel te hebben, veel werk, het druk hebben.
6. laten ondervinden ; iemand goed, deugd -.
7. bezig zijn : aan schilderen -, de schilderkunst beoefenen.
8. tot uiting, tot gebruik hebben : pik, pik, deed het musje.
9. zich zo voordoen, zulk een indruk maken : chrysanten zullen bij dat kleed prachtig -.
10. in de toestand brengen die door een bepaling wordt uitgedrukt : kond -, bekend maken; te niet -, vernietigen : zijn woord gestand -, nakomen.
B. o.
1. [doen A 1]
a. Eig. bezigheid, gedrag(ingen), vooral in uitdr. : dat gaat in één door, in één moeite; iemands - en laten, zijn handel en wandel; iets van hebben, nodig hebben,
b. Metn. manier van doen : dat is voor zijn niet kwaad, in aanmerking genomen wat men van hem gewoon is.
2. [doen A 10]
a. Algm. toestand, vooral in uitdr. : hij is weer in zijn gewone, in zijn oude -.
b. Inz. financiële toestand : in goede zijn.