Zilverling betekenis & definitie

Zilverling, zilveren munt van een bepaalde waarde.

In de bijbel wordt verschillende malen melding gemaakt van geldbedragen in zilverlingen in de oude vertalingen. Het is niet zeker wat voor soort munt het geweest is. De bekendste zijn de dertig zilverlingen die Judas (zie aldaar) van de overpriesters en oudsten kreeg als beloning voor het verraden van Jezus, en die hij later uit berouw terugbracht: ‘En de zilverlingen in de tempel werpende, verwijderde hij zich; daarop ging hij heen en verhing zich’ (Matteüs 27:5, NBG-vertaling). Hierdoor worden zilverlingen nu geassocieerd met omkoping en verraad. In de NBV zijn de zilverlingen geworden tot zilverstukken.

Bijbelcitaat: Luthervertaling Visscher (1648-1896), Matteüs 27:5. En hij wierp de zilverlingen in den tempel en scheidde van daar, en ging heen en verhing zich. (De andere vertalingen hebben penningen in het verhaal van Judas. Zie judaspenning.)

Gebruiksvoorbeeld: [Over W.T. Schippers, Het drama van Wim T. Schippers:] Ds. Bongers [bij een condoomautomaat]: Zo, daar ben ik. Nie¬mand te zien! (diept een gulden op vanonder zijn toga) God zij met ons. Eigenlijk bestemd voor het kerkewerk... Maar we moeten dat ruim zien. (brengt het muntstuk naar het gleufje, aarzelt met de inworp). Ik weet wel zeker dat ouderling Van Zetten ook weleens collectegelden heeft gespendeerd aan privé-genoegens. (laat de zilverling in de machine zakken). Ik stort dat ter gelegener tijd wel weer terug in de kerkkas (krijgt de lade niet open). (NRC, 28-9-1979)

Gebruiksvoorbeeld: In de economieles zijn er toch andere eenheden dan zilverlingen en teerlingen? (NRC, apr. 1995)

Gepubliceerd op 11-05-2017