Voorwaar betekenis & definitie

Voorwaar, voorwaar, ik zeg u, woorden waarmee Jezus een belangrijke uitspraak inleidt; ook schertsend gebruikt.

In de bijbel komen we de uitdrukking met tweemaal voorwaar verschillende malen tegen in het evangelie naar Johannes, bijvoorbeeld: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven’ (Johannes 6:47, NBG-vertaling). In het evangelie naar Matteüs, in de NBG-vertaling,staat steeds maar een maal voorwaar, terwijl dit woord helemaal niet is aangetroffen in de evangeliën naar Marcus en Lucas. In zowel Matteüs als Johannes leidt Jezus een belangwekkende uitspraak in met deze woorden. In het moderne literaire taalgebruik worden de woorden gewoonlijk schertsend gebruikt. In de NBV komt voorwaar niet meer voor in het Nieuwe Testament. In plaats van een maal voorwaar vinden we hier in Matteüs ‘Ik verzeker jullie’ en in plaats van twee maal voorwaar in Johannes ‘Waarachtig’.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Johannes 6:47. Uoorwaer, voorwaer ic seg v, wie aen mi gelooft die heeft dat eeuwige leuen.

Gebruiksvoorbeeld: ‘Klaas is gekomen’, riep de menigte, met borden zwaajend waarop zijn naam stond. ‘Voorwaar, ik heb t u voorzegd’, schreeuwde een jongeman. ‘Hij is werkulluk Klaas’. (R. Kampurt (Campert), Tjeempie! of Liesje in Luiletterland, 1968, p. 115)

Gebruiksvoorbeeld: Ik, schrijver dezes. Ik, de schrijver van deze regelen, voor¬waar, voorwaar ik zeg u: O. Dapper Dapper lalde niet. (Schrijver Dezes (W.F. Hermans), Het Evangelie van O. Dapper Dapper, 1973, p. 170)