Kolen betekenis & definitie

Vurige kolen op iemands hoofd stapelen of hopen, een persoon door wie men vijandig bejegend is beschaamd maken door hem goed te doen.

Deze verbinding was al een figuurlijke uitdrukking in de bijbel, en komt uit Spreuken 25:21-22: ‘Indien uw vijand honger heeft, geef hem brood te eten, / indien hij dorst heeft, geef hem water te drinken; / want dan hoopt gij vurige kolen op zijn hoofd’ (NBG-vertaling). Het beeld moet zo begrepen worden, dat de schaamte die iemand voelt, als hij door degene die hij haat met vriendelijkheid wordt tegemoetgetreden, als een fysieke marteling beleefd wordt.

Bijbelcitaat: Leuvense Bijbel (1548), Spreuken 25:21-22. Eest dat v viant hongher heeft soo spijst hem, eest dat hy dorst heeft soe gheeft hem water te drincken, want ghy sult vierighe colen vergaderen op sijn hooft (Statenvertaling (1637): hoopen i.p.v. vergaderen.)

Gebruiksvoorbeeld: Ik wou me afvragen wat overwegend in me was: de wil haar te geloven of de toeleg, kolen vuurs op haar hoofd te stapelen door te doen alsof ik haar geloofde. (A. Blaman, Eenzaam avontuur, 1995 (1948), p. 115)

Gebruiksvoorbeeld: Met deze woorden [niet te kopen ‘bij die jonge blaag die nog maar pas komt kijken’] trachtte hij [K. van het Reve tijdens een schrijversmarkt in de Bijenkorf] mijn verkoop ongunstig te beïnvloeden terwijl ik, op mijn beurt, vurige kolen op zijn hoofd hopend, iedereen juist aanried zijn rede tegen de literatuurwetenschap te kopen. (M. ’t Hart in NRC, 31-5-1979)

Gebruiksvoorbeeld: Kort na dit handelingsgedeelte vindt Marij een fles met een ontroerende liefdesbrief van Enno erin. Vurige kolen op haar hoofd! (Brabants Nieuwsblad, 15-2-1979)

Gepubliceerd op 11-05-2017