Wat is de betekenis van Hopen?

2024-05-28
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-28
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

hopen

hopen - Werkwoord 1. (ov) wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt Hij hoopte dat hij zijn proefwerk had gehaald. hopen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord hoop Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: hopen Oudernederlan...

2024-05-28
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

hopen

hopen - regelmatig werkwoord uitspraak: ho-pen 1. graag willen dat het gebeurt ♢ ik hoop dat je komt 1. ik had het niet durven hopen [ik had het niet verwacht] 2....

2024-05-28
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

hopen

zie honderd.

2024-05-28
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Hopen

v., hoopje, forhoopje, de hope, forhoping hawwe, yn ’e forhoping, yn ’e forhoop wêze; — op, tidigje, tiidzje op; ergens op, jin earne by fêsthâlde.

2024-05-28
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-05-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Hopen

(hoopte, heeft gehoopt), I. onoverg., 1. gunstige verwachting koesteren ten opzichte van iets dat men wenst of begeert, van hoop vervuld zijn: wij hopen nog steeds ; zij hoopten op een spoedig einde van de oorlog; 2. in vertrouwen wachten : hopen als de hengelaars; — zijn vertrouwen stellen op: hoopt op God; II. overg...

2024-05-28
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

hopen

I. hoopte, heeft gehoopt; op hopen zetten; op elkaar gehoopt, opeengehoopt; (Z.-N.) hopende vol, meer dan vol. II. hoopte, heeft gehoopt; hoop hebben; vertrouwen hebben op de toekomst; op betere dagen hopen; het beste hopen; op God hopen; hopen op beterschap.

Wil je toegang tot alle 13 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-28
Etymologisch Woordenboek

Amsterdam University Press