Geroepen betekenis & definitie

Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren, voor bepaalde bezigheden of beroepen zijn wel veel liefhebbers, maar slechts weinig geschikten.

Met deze woorden in Matteüs 20:16 (Statenvertaling (1637) en Matteüs 22:14 (ook in de NBG-vertaling en NBV) wil Jezus zeggen dat velen in de gelegenheid worden gesteld om het ware geloof aan te hangen, maar dat de meesten daarvan uiteindelijk afhaken, dus in feite niet uitverkoren zijn. Deze boodschap wordt (onder andere) verbonden aan de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal, waarvoor veel mensen uitgenodigd werden, die niet kwamen. Van de gasten die vervolgens van de straat gehaald werden, had een man geen gepaste kleding aan. Deze moest van het feest verwijderd worden.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Matteüs 20:16. Want vele zijn geroepen, maer weinich wt uercoren.

Gebruiksvoorbeeld: [Ironische verhandeling over het cabaret:] Misschien raken wij hier wel de kern / van dat o zo heerlijke maar toch ook zo moeilijke vak / waartoe velen zich geroepen voelen / maar waar[toe] slechts weinigen uitverkoren zijn. (F. de Jonge, Het Damestasje, 1987, p. 75)

Gebruiksvoorbeeld: Thuis werd ik [Hermine de Graaf] opgevoed met gezegdes als ‘velen voelen zich geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren.’ (Margriet, 23-11-1990)

Gebruiksvoorbeeld: Zo’n biografie kan je sowieso alleen maar schrijven als je totaal bezeten bent van iemand. Er zijn velen geroepen, doch slechts weinigen uitverkoren. (De Groene Amsterdammer, 24-5-1995)

Geroepene, iemand die bestemd is om een belangrijke taak te verrichten.

In de bijbel zijn de geroepenen zij, die tot het ware geloof uitgenodigd zijn. Zo in Judas 1:1, waar de briefschrijver zich tot de aangeschreven gemeente richt: ‘Judas, een dienstknecht van Jezus Christus en een broeder van Jakobus, aan de geroepenen, die in God, de Vader, geliefd en voor Jezus Christus bewaard zijn’ (NBG-vertaling; in de NBVwordt alleen met de omschrijving die geroepen zijn vertaald).

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Judas 1:1. Iudas een knecht Jesu christi, Ende een broeder Jacobi, den geroepenen die daer geheilicht zijn in God den vader, ende behouden in Jesu christo.

Gebruiksvoorbeeld: Als zoveel mannen van zijn generatie is hij doordrenkt met de geschiedenis van zijn land. Voor hem is de Afrikaner geen gewoon mens, maar een geroepene over wie een vreemdeling niet oordelen kan. (A. van Dis, Het beloofde land, 1990, p. 66)

Gepubliceerd op 11-05-2017