Boodschap betekenis & definitie

De blijde boodschap (ook met een of twee hoofdletters geschreven), het evangelie; bij uitbreiding, soms in ironie, ook gezegd van ander goed nieuws.

Blijde boodschap is de letterlijke vertaling, via Latijn euangelium, van het Grieks euagellion, dat wij ook rechtstreeks als evangelie overgenomen hebben en dat verwijst naar het nieuws van de komst van Christus (zie ook Evangelie). Pas in jongere bijbelvertalingen (maar niet in de NBV) komt de verbinding voor in deze betekenis, maar zij wordt in de zeventiende eeuw al in andere stichtelijke literatuur aangetroffen. In de Statenvertaling (1637) vinden we goede of blijde boodschap ook een enkele maal, bijvoorbeeld in Jesaja 61:1, maar dan in de algemene betekenis van ‘goed nieuws’. Voor het goede nieuws van Christus’ komst is evangelie er het gewone woord. Tegenwoordig komt men groot nieuws of de goede boodschap tegen in namen voor moderne bijbel- of evangelievertalingen.

Bijbelcitaat: Leidse vertaling (1899-1912), 1 Tessalonicenzen 2:3-4. Want onze verkondiging had niets te doen met bedriegerij, oneerlijkheid of list. Neen, wij geven de Blijde boodschap juist zóo weer als God, die ons deze taak waardig keurde, haar ons heeft toevertrouwd.

Gebruiksvoorbeeld: Hoek was verrast en ontroerd bij het vernemen van de blijde boodschap en liet zich graag de eremedaille opspelden. (Meppeler Courant, jan. 1993)

Gebruiksvoorbeeld: Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen / Die blijde boodschap hoort men allerwegen. (Weelde en feestgedruis. De beste gedichten van drs. P, 1986 (Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen, 1980), p. 151)

Gepubliceerd op 11-05-2017