Bok betekenis & definitie

De bokken van de schapen scheiden, de slechten van de goeden scheiden; soms ook van zaken: sorteren. Ook wel de schapen van de bokken scheiden.

In Matteüs 25:32 wordt beschreven hoe de Zoon van God bij zijn komst op aarde over het mensdom zal oordelen: ‘Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt’ (NBV).

De schapen van de bokken scheiden is al een langer bekende uitdrukking, maar tegenwoordig worden de onaanzienlijke bokken meestal het eerst genoemd, in tegenstelling tot de volgorde in de bijbeltekst. De bok, de mannetjesgeit, werd (in de woorden van het WNT) wel gezien als een ‘koppig, lastig, dom, onhebbelijk, en ook vuil, geil beest’. Het schaap daarentegen was een volgzaam en om zijn melk, wol en vlees uitermate nuttig en dus hoog gewaardeerd dier. Daarbij maakt het schaap deel uit van het bekende bijbelse beeld van God of Jezus als herder en de gelovigen als hun schapen.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Matteüs 25:32. Hy salse van malcanderen sceyden, ghelijck als een herde die scapen, vanden bocken sceidet.

Gebruiksvoorbeeld: [Bij een bordeel:] Door de gladiatoor en de baas werden de nieuwe gegadigden in bokken en schapen gescheiden: één partij ging vloekend weer naar buiten, wellicht om te wachten, een rij te vormen, de begunstigden klosten naar boven. (S. Vestdijk, Op afbetaling, 1968 (1952), p. 112)

Gebruiksvoorbeeld: De bokken (de fuivende studenten die 28 punten echt teveel vinden) moeten van de schapen gescheiden. Dat zal de naam van Leiden ten goede komen. (Mare, 11-3-1999, p. 2)

Gebruiksvoorbeeld: [Man tegen z’n dochter die het wasgoed sorteert in bonte en fijne was:] Dat zie ik je moeder ook altijd zo doen, de bokken van de schapen scheiden. (Gehoord, jaren ’70)

Gepubliceerd op 11-05-2017