Avondmaal betekenis & definitie

Avondmaal, vaak het laatste avondmaal: de maaltijd die Jezus met zijn discipelen nuttigde de avond voor zijn kruisdood; (fig.) afbeelding hiervan; (fig.) laatste maaltijd voor een ingrijpende gebeurtenis.

(Heilig) avondmaal, avondmaal des Heren, sacrament in de christelijke kerken, waarbij men de laatste maaltijd van Jezus gedenkt en waarbij men brood eet en wijn drinkt.

In de nacht voor zijn sterven gebruikte Jezus een laatste maaltijd met zijn twaalf discipelen. Aan het brood dat men at en de wijn die men dronk werd door Jezus een bijzondere symbolische betekenis gehecht en de maaltijd werd dan ook ingesteld als een van de rituele gebruiken in de christelijke kerk: ‘Comt herwaerts, ende vergadert u tot het avontmael des grooten Godts’ (Openbaring 19:17 in de woorden van de Statenvertaling, 1637).

Het woord avondmaal komt in de NBG-vertaling en de NBV niet voor, en wordt in de algemene taal doorgaans ook alleen in verband met de eredienst gebruikt. Buiten de kerk zegt men meestal avondeten of avondmaaltijd, woorden die geen associatie met het sacrament oproepen. In de rooms-katholieke kerk spreekt men overigens van eucharistie.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 230, 6-9. Al wiste hi wale dat hem de vader alle dinc hadde gegheuen in sire ghewout ende dat [hi] van Gods haluen comen was ende dat hi oc te Gode wert weder voer, nochtan so stont hi op van din auont male ende ontcleedde hem.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Lucas 22:20. Ende hi nam dat broodt, dancte ende brac ende gaeft hen ende sprac dat is mijn lichaem dat voor v gegheuen wert, Dat doet tot mijnder gedachtenisse. Des gelijcs, oock den kelc na dien si dauontmael geten hadden ende sprac, Dat is den kelc dat nieuwe testament in minen bloede, dat voor v wt gestort wert. (Zo ook in de Statenvertaling, 1637.)

Gebruiksvoorbeeld: Opgaan naar het avondmaal betekent openlijk belijdenis doen van geloof. (Prot. Kerkbouw, 1946, p. 238; WNT, Supplement, 2247)

Gebruiksvoorbeeld: De huiveringwekkende preutsheid van het heilig avondmaal waarbij men, gezeten aan een lange tafel, de rondgaande wijnbeker steeds keurig een kwartslag draaide. (NRC, nov. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: En zo kwam dan al snel, veel te snel, de laatste avond. Wat wil je, had Arthur gevraagd, wil je weer eens in Ouderkerk eten, zoals toen, of ergens anders? Maar Agnes wilde liever thuisblijven, ze wilde het Laatste Avondmaal thuis vieren, zei ze en of dat mocht, mag dat Arthur, alsjeblieft, gewoon thuis, bij mij? (P. van Straaten, Die Agnes, 1990, p. 155-156)

Babel, Babylon

Babel of Babylon, belangrijke en fraaie stad in Babylonië in de oudheid; (fig.) symbool van spraakverwarring, hoogmoed en zondigheid. De twee varianten van de naam kunnen elkaar afwisselen in onderstaande uitdrukkingen.

Toren van Babel, toren die in Babel gebouwd werd en die later het symbool werd van spraakverwarring en hoogmoed; (fig.) situatie waarin hoogmoed of spraakverwarring heersen.

Babylonische spraakverwarring, de spraakverwarring bij de bouwers van de Toren van Babel; (fig.) toestand waarbij men elkaar niet meer begrijpt doordat er vele talen door elkaar gesproken worden of doordat de informatie onoverzichtelijk of tegenstrijdig is.

In Genesis 11:1-9 wordt het verhaal van de torenbouw van Babel verteld. In die tijd vormden de mensen nog één volk, en werd er maar ééenkele taal gesproken. Zij bouwden een toren die tot aan de hemel zou reiken, om zich ‘een naam [te] maken’ (in de woorden van de NBG-vertaling), maar God verijdelde hun streven en verwarde hun taal, om daarmee hun eenheid en macht te breken. De verbinding Toren van Babel komt zo in de bijbel niet voor. Nu zijn toren en stad een bekend symbool voor overambitieuze ondernemingen en voor spraakverwarring. De uitdrukking Babylonische spraakverwarring is frequent en wordt op velerlei soorten miscommunicatie toegepast, zelfs in variaties als Babylonische uitspraakverwarring (De Standaard, nov. 1995) en in de weinig logische maar treffende omkering: Babylonische spraakontwarring (Onze Taal, 1992, nr. 5). Babylon is verder de naam van een vertaalprogramma dat naar men mag aannemen eerder spraakontwarring dan spraakverwarring nastreeft.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Genesis 11:8-9. Also verstroeydese die HERE van daer in allen landen, dat si op hielden dye stat te timmeren, daer af heet haren naem Babel om dat die HERE, aldaer verwerdt heeft alder landen sprake, ende heeftse van dair in allen landen verstroyt.

Gebruiksvoorbeeld: Ook maurice bleef zich verder onderscheiden in dit babel, dit ninive, dit rome: hij zat op het terras van een café en poederde zich. (L.P. Boon, De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren, 1980 (1953/1956), p. 807 )

Gebruiksvoorbeeld: De mensen zijn hoogmoedig, ze denken dat de verhouding tussen wit en zwart belangrijker is dan tussen mens en God. Wij zijn bezig een nieuwe toren van Babel te bouwen.. (A. van Dis, Het beloofde land, 1990, p. 78.)

Gebruiksvoorbeeld: Apparaten van Babel. [...] Allerlei clusters binnen de electronica [...] werken momenteel aan verschillende technieken en standaarden. Iets dergelijks gebeurde met de communicatie tussen dure computers. Die groeide einde jaren zeventig uit tot een toren van Babel. (NRC, 3-7-1999)

Gebruiksvoorbeeld: Wie de onbekende nieuwe naam niet onthouden kan, blijft maar gewoon kerstcactus zeggen en bedenkt daarbij dat er inzake de lid- en bladcactussen een Babylonische spraakverwarring heerst. (R. Herwig en M. Schubert, Kamerplantenboek, 1974, p. 352)

Het nieuwe, moderne Babylon, (fig.) grote, rijke stad, wereldstad; stad vol zonde en verderf.

Hoer van Babylon, kwalificatie van de stad Babylon; (fig.) goddeloze of verderfelijke stad; zondige, lichtzinnige vrouw.

De weelderige heidense stad Babylon wordt in de Openbaringen 17:5 als hoer voorgesteld en aangeduid als ‘Het grote Babylon, moeder van alle hoeren en van alle gruwelijkheden ter wereld’ (NBV). Ze dient als afschrikwekkend voorbeeld en verwoesting zal haar deel zijn.

Bijbelcitaat: Liesveldtbijbel (1526), Openbaringen 17:5. Ende aen haer voorhooft gescreuen, den naem, die verholentheit, die groote Babilon, die moeder der hoerderijen, ende alder vereisingen opter aerden.

Gebruiksvoorbeeld: Het heidens Babylon van de grote stad. (NRC, jan. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Er stond hun maar één ding te doen: zodra een stuk van de dijk klaar was zouden zij er met zijn allen met ijsbommen op af moeten zeilen om met de hulp van de Heer der heirscharen het helse ding op te blazen dat de kluiten neer kwamen tuimelen op dat Babylon aan het IJ. (J. de Hartog, Herinneringen van een bramzijgertje, 1967, p. 73)

Gebruiksvoorbeeld: Zij speelt, bij al haar positieven, / De Babylonse hoer. (G. Komrij, Alle gedichten tot gisteren, 1994 (Russische hartstocht, 1979), p. 19)

Gebruiksvoorbeeld:Maar als zij [toeristen] bij de haven kwamen en kiekjes wilden nemen van de schepen die daar met de koppen naar de wal gemeerd lagen, dan barstte een gebrul van woede los in het bos van masten en rauwe stemmen riepen ‘Maakt dat ge weg komt, geile rooie lippen!’ en ‘Weg, gij hoeren van Babylon!’ (J. de Hartog, Herinneringen van een bramzijgertje, 1967, p. 12)

Beëlzebul

Beëlzebul, Beëlzebub, boze geest uit het Nieuwe Testament; (fig.) slechterik, duivel.

De duivel met Beëlzebul of met de duivel uitdrijven, het ene kwaad met het andere bestrijden.

Waarschijnlijk wordt met de naam Beëlzebul, ‘de vorst der demonen’, letterlijk ‘heer der woning’ (zie Matteüs 12:24, NBV), een verband gelegd met de oudtestamentische afgod Baälzebub en de naam verschijnt in uitdrukkingen dan ook wel als Beëlzebub. Deze duivelnaam komt het meest voor in de hierboven genoemde uitdrukking. Naar aanleiding van een van de uitdrijvingen van de duivel (zie ook Duivel) wordt Jezus er door de Farizeeën van beschuldigd, de boze geesten uit te drijven door Beëlzebul (Matteüs 12:24) en dus de ene duivel door de andere te vervangen. Er is in de verschillende vertalingen veel variatie met uitdrijven/uitwerpen en boze geesten/duivels; de Canisiusvertaling (1929-1939) komt het meest met de uitdrukking overeen zoals die nu bekend is. De NBV vertaalt steeds met demonen uitdrijven.

Bijbelcitaat: Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 54, 36-37. Heetense dan den here Beelsebuc, wat wondere dat si sine knechte also heten?

Gebruiksvoorbeeld: [Over twee geleerden uit het Leidse die we hier maar even A en B zullen noemen] Hij (A) is in zijn (B’s) ogen de Beëlzebub op aarde. (Gehoord, jaren ’90)

Gebruiksvoorbeeld: Wederholt was de Beëlzebub van de jachthaven. [...] Voor sommigen [was hij] zelfs een zakelijk voorbeeld: duivelse Wederholt was toch heel wat keertjes op de fles gegaan. Maar je zag het er altijd bovenop gekomen. (Vrij Nederland, 19-4-1975)

Bijbelcitaat: Canisiusvertaling (1929-1939), Matteüs 12:24. Hij drijft slechts de duivels uit door Beëlzebub, den vorst des duivels.

Gebruiksvoorbeeld: De enige mogelijkheid om van poëten te winnen lijkt de zogenaamde antipoëzie; de Duivel met Beëlzebub uitdrijven. (Het Parool, 10-4-1971)

Gebruiksvoorbeeld: Niet zelden kwam dat neer op ‘de duivel met de duivel uitdrijven’. (NRC, sept. 1994)

Gepubliceerd op 11-05-2017