Wat is de betekenis van Zuur?

2024-02-29
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

zuur

(1913) (stud.) onaangenaam, bitter. • 'n zuur geval (verlies): onaangenaam, bitter. (Jac. van Ginneken: Handboek der Nederlandsche taal. Deel I. De sociologische structuur der Nederlandsche taal. 1913)

2024-02-29
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zuur

zuur - Zelfstandignaamwoord 1. zure vloeistof, die een verhoogde concentratie waterstofionen bevat 2. (scheikunde) een chemische stof die in water opgelost in staat is waterstofionen af te splitsen: arrheniuszuur 3. (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is waterstofionen af te splitsen: brønstedzuur 4. (scheikunde) een molecuu...

2024-02-29
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zuur

zuur - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. het geeft je een vervelend gevoel ♢ het is zuur voor hem dat het feest niet doorgaat 1. zuur kijken [onvriendelijk] 2. iem...

2024-02-29
Jargon & Slang van Studenten

Marc De Coster (2017)

Zuur

Zuur - onaangenaam, bitter: een zuur geval, verlies.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-29
Familienamen

Leendert Brouwer (2017)

Zuur

Oorspronkelijk een bijnaam voor een zuur, grimmig, chagrijnig persoon, een zuurpruim.

2024-02-29
Culinair van a tot z

Peter Joh. M. Zuidweg (2016)

zuur

Smaakaanduiding. Scherp en vaak fris van smaak.

2024-02-29
Brabants Handwoordenboek

Prof. dr. Jos Swanenberg (2015)

zuur

(zn) zitvlak van een broek TM.

2024-02-29
Eerste hulp bij wijn begrippenlijst

Harold Hamersma (2005)

zuur

Zonder zuren geen lekkere wijn. Smaakelement dat het zoet van het fruit in balans brengt. Verfrist bij wit, zorgt voor finesse bij rood en heeft ook een conserverende functie. Wijnen (vooral witte) met een goede hoeveelheid zuur gaan langer mee. Echter, vooral bij goedkope wijnen is een te veelvoorkomend euvel: te zuur. De geur van azijn duikt dan...

2024-02-29
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Zuur

1. de pineut, betrapt, gestraft. Oorspr. soldatenslang. Hij is zuur en van de muziek bet. ‘hij is gestraft en tevens zijn baantje kwijt’. Zuur slaan betekende vroeger ‘rapport opmaken’. Beide uitdr. sinds ca. 1890. Ook in het Bargoens. Bij Koster Henke vinden we zuur in de bet. ‘gesnapt. Zuur zijn is tegenw. ook erg populair in studentenkringen. Al...

2024-02-29
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

zuur

In het hedendaags Nederlands komt de werkwoordelijke verbinding voor het zuur aan iemand hebben ‘een hekel aan iemand hebben’. Zuur betekent o.a. ‘zure oprisping in slokdarm en keel’. De letterlijke betekenis vinden wij terug in de verwensing krijg het zuur! In Den Haag komen de varianten krijg...

2024-02-29
Art & Architecture Thesaurus

Getty Research Institute (1990)

zuur

zuur - Een substantie die waterstofionen produceert wanneer het in water wordt opgelost.

2024-02-29
Homeopathie encyclopedie

Ilse Dorren (1987)

Zuur

Wie zich op het terrein van de voeding beweegt, struikelt om de andere stap over de begrippen zuur en basisch. Revolutionaire ontdekkingen van atoomgeleerden hebben de uitleg er niet gemakkelijker op gemaakt. In een notedop draait alles om standaardpakketjes positieve energie, de protonen. Zuren zenden ze uit, basen nemen ze op. Vandaar dat het twe...

2024-02-29
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

zuur

„het zuur hebben”, een brandend gevoel dat vanuit de maag in de slokdarm opstijgt naar de keel. Het wordt veroorzaakt door te grote produktie van maagzuur door de maagklieren. Vaak duidt het ook op dieper gelegen storingen in maag, darm, lever of galblaas. Zware maaltijden, vet en roken moet men vermijden. Warme melk is een goed middel...

2024-02-29
Lexicon Beeldende Kunstenaars

Pieter Scheen (1980)

Zuur

Adrianus; geb. Rotterdam 19 december 1863, overl. Rotterdam 9 maart 1937. Woonde en werkte aldaar. Van beroep kantoorbediende, tevens amateurschilder en -tekenaar.Tentoonstellingen Rotterdam 1888 en 1894: de Kralingse plas; donker weer; Boerengat (aquarel). Scheen 1970.

2024-02-29
Wijn & drank Encyclopedie

Jan Zellenrath (1979)

Zuur

Benaming voor stoffen die een of meer waterstofatomen kunnen verwisselen met een metaalatoom of zijn radicaal. De zuren zijn essentiële bestanddelen van de wijn, die de wijn frisheid en een bepaald karakter geven. Een zuur is mono-acide, bi-acide of tri-acide, al naar gelang het 1,2 of 3 met waterstof verwisselbare atomen bevat.De waterstofzur...

2024-02-29
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar (1936)

zuur

bn.: zie zu(u)r(e) doks, lemmetje, oranje. -: zure tanden (mv.), tanden die stroef zijn en een enigszins tintelend gevoel in de mond geven na het nuttigen van een zure drank of zuur voedsel. Zie Cairo 1981 c: 331.

2024-02-29
Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Uitgeversmaatschappij A. Manteau N.V. (1954)

Zuur

acidum, scheikundige stof met één of meer waterstof-ion (zie ionen), die vervangen kunnen worden door een metaal-ion, waardoor een zout ontstaat; zie ook base, electrolyten.

2024-02-29
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Zuur

noemt men een stof die 1 of meer waterstofatomen bezit, welke door een metaal vervangbaar zijn en waardoor dan een zout ontstaat. Z. kleuren, opgelost in water, blauw lakmoes rood en de oplossing smaakt zuur. Bij oplossing in water en andere polaire oplosmiddelen dissociëren alle z. in m.o.m. mate. Daarbij worden altijd waterstofionen gevormd....

2024-02-29
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Zuur

1. s.n., sûr (it). 2. adj. & adv., sûr; (door gisting), goar; — kijken, taei sjen, sjen oft men de pacht fan de jittik hat, oft men in lot op in fet jittik hat.

2024-02-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zuur

o. (zuren), 1. hetgeen zuur is: ik houd niet van zuur; — (collect.) tafelzuur, een portie zuur, zure augurkjes, ingelegde vruchten; — azijn: een haas in ’t zuur leggen ; 2. (scheik.) stof die in oplossing vrije waterstofionen bevat: een zuur vormt met een metaal een zout; sterke en zwakke zuren...