Synoniemen van Werk

2019-09-24

Werk

Het werk zijner handen, dat wat hij (God) heeft gemaakt; (van een persoon) zijn werk, of de opbrengst ervan. Ook in de eerste of tweede persoon: mijner, uwer. Deze uitdrukking komt onder meer voor in Jesaja 45:11, ‘Zo zegt de HERE, de Heilige Israëls, en zijn Formeerder: Vraagt Mij naar de toekomstige dingen, vertrouwt Mij mijn zonen en het werk mijner handen toe’ (NBG-vertaling). In de bijbel betreft het steeds iets wat God geschapen heeft of teweeg heeft gebracht; in hedendaags Nederlands...

Lees verder
2019-09-24

Werk

het - gaat voor het meisje zie de dienst gaat voor het meisje.

Lees verder
2019-09-24

werk

werk - Zelfstandignaamwoord 1. dat wat gedaan moet worden, klus, arbeid, karwei Het werk dat moest gebeuren, is voltooid. 2. beroep Het werk van Hans is buschauffeur. 3. de plek waar men werkt, werkplek Hans kwam vandaag te laat aan op het werk. 4. dat wat gemaakt is, kunstwerk, pennenvrucht, boekwerk, oeuvre, opus etc. Lees verder

2019-09-24

werk

werk - zelfstandig naamwoord 1. het verrichten van een taak ♢ je mag onder het werk niet roken 1. werk in uitvoering [hier wordt gewerkt] 2. alles in het werk stellen om ... [al het mogelijke doen] 3. zij heeft lang werk [d...

Lees verder
2019-09-24

Werk

Werk - verward vezelafval, dat bij het hekelen van vlas en hennep blijft zitten ; wordt gebruikt voor het spinnen van garens van geringere kwaliteit of voor vul- en dichtmateriaal van houtnaden en pijpverbindingen.

2019-09-24

Werk

Werk - uitgeplozen getaand touw waarmee gebreeu wd wordt.

2019-09-24

Werk

zie Arbeid.