Weg
m. (-en), 1. (concr.) smalle strook grond in een landschap, gebruikt en geschikt gemaakt voor het verkeer, de verbinding van de ene plaats tot de andere: een weg aanleggen ; gebaande wegen; de weg naar Delft; een brede, een smalle, een drukke, een geasfalteerde weg; een weg met bomen; vgl. straat-, spoorweg; — d...