Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

Gepubliceerd op 29-10-2020

weg

betekenis & definitie

Het begrip weg heeft 8 verschillende betekenissen:

1) grondstrook voor verkeer.
strook grond van zekere, vaak aanzienlijke lengte die men gebruikt voor verkeer van personen en voertuigen en die men daartoe meestal effent en voorziet van een harde bovenlaag.

2) route.
route die iemand of iets volgt of moet volgen om ergens te komen; traject waarlangs men zeker punt of een bepaalde plaats bereikt of kan bereiken.
In toepassingen met betrekking tot een route zowel langs een wegennet, als langs lokaliseerbare punten in een geografisch gebied, een terrein of binnen een meer begrensde ruimte.

3) middel, manier om iets te bereiken.
datgene wat gedaan wordt of moet worden om tot zeker doel of resultaat te komen; middel, manier of methode om zeker doel of resultaat te bereiken.
In toepassingen waarin het aspect van de ruimelijke voorstelling naar de achtergrond of geheel verdwenen is.

4) van zekere plaats vandaan.
van deze of zekere plaats vandaan of verwijderd; op een afstand van deze of gene plaats; hiervandaan of ergens vandaan.
Met de bijgedachte aan de richting die uitgaat van het punt waarop de spreker zich bevindt of zich in gedachte verplaatst.

5) niet meer aanwezig; verdwenen.
niet meer aanwezig; niet meer ter plaatse; verdwenen.
In deze betekenis vaak ook met ellips van een bewegingswerkwoord of handelingswerkwoord als eerste lid van samengestelde werkwoorden, zoals weggaan, wegblijven enz.

6) aldoor; onophoudelijk; voortdurend.
ter uitdrukking van de voortgang van iets en afhankelijk van het verband zoveel als: heen; verder; voort; aldoor; onophoudelijk; voortdurend.
Vaak met de bijgedachte dat de genoemde voortgang gepaard gaat met een zekere achteloosheid of zonder voorbereiding, overdenking e.d.

7) verwijder je; verwijder (iets).
als bevel, aansporing of waarschuwing dat iemand of iets zich snel moet verwijderen of snel verwijderd moet worden, uit de weg moet gaan, op een afstand moet blijven enz..
Afhankelijk van het verband voortkomend uit een negatieve houding gekenmerkt door woede, ergernis, ongeduld enz., dan wel uit een positieve ingesteldheid ingegeven door een streven naar hulpvaardigheid, bescherming enz.

8) weg hebben.
Aangetroffen in verbinding met hebben..