Van
I. vz. en bw. A. Als v o o r z. I. Bij de aanduiding van een verwijdering ; 1. bij de aanduiding van een zaak, persoon of plaats waarvandaan iem. of iets komt of zich verwijdert, of waarvandaan men iets verwijdert, wegneemt enz.: ik kom van het kantoor; van een bord eten ; iem. van de straat halen ; — (zeemanst.) van de kist gaan, eig. van z...