Wat is de betekenis van trap?

2019
2021-06-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

trap

trap - Zelfstandignaamwoord 1. een verbinding tussen twee op verschillende hoogte liggende vloeren of terreinen, bestaande uit een reeks treden die zich (schuin) boven elkaar bevinden Hij liep de trap op. 2. (vogels) een vogel uit de familie Otididae De g...

Lees verder
2018
2021-06-13
Instituut voor de Nederlandse Taal

Het Instituut voor de Nederlandse Taal is een breed toegankelijk wetenschappelijk instituut op het gebied van het Nederlands.

Trap

bijnaam van Giovanni Trapattoni, de Italiaanse bondscoach van het Ierse nationale voetbalelftal, met zijn 73 jaar verreweg de oudste bondscoach op het EK.

2018
2021-06-13
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

trap

trap - zelfstandig naamwoord 1. schuin bouwsel met treden waarlangs je naar boven of beneden kunt ♢ hij gaat via de trap naar boven 1. hij is van de trap gevallen [zijn haar is erg kort] ...

Lees verder
2014
2021-06-13
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

trap

‘De trap’ — eigenaardige Amsterdamsche benaming voor de gemeenschappelijke deur der bovenwoningen, — staat altijd open, V. MAURIK4 105.

2009
2021-06-13
Golfsportwoordenboek

Golfsportwoordenboek door Jan Luitzen

trap

(de; -s) - bunker, zandhindernis. Herkomst: Eng. (spreek uit: trep) → sand trap, zand- bunker, grasbunker

Lees verder
2008
2021-06-13
EK-voetbalwoordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

Trap

Trap, bijnaam van Giovanni Trapattoni, de Italiaanse bondscoach van het Ierse nationale voetbalelftal, met zijn 73 jaar verreweg de oudste bondscoach op het EK.

2004
2021-06-13
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Trap

Algemene benaming voor een familie van grote vogels, die het naast verwant zijn aan de Kraanvogels. In N komen voor de Grote Trap (vooral vroeger soms invasief), de Kleine Trap (een zeldzame gast) en de Kraagtrap (1x in 1850!). Ze worden ook wel Trapganzen genoemd, maar met de Ganzen zijn zij niet verwant. Ook niet met de Hoenderen.ETYMOLOGIE NTrap...

Lees verder
1998
2021-06-13
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Trap

zie ook de blauwe trappen geteld hebben: 1 ben je van de - gevallen, schertsend gezegd van iemand wiens haar geknipt is. Meestal verzwegen is de toevoeging en heb je je haar gebroken? Al bij Harrebomée. Clichégezegde. Vooral mijn Amerikaanse ‘crewcut’ valt op bij mijn vrienden en relaties. Zeventien keer ben ik vandaag gevraagd of ik van de trap...

Lees verder
1990
2021-06-13
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

trap

trap - Een opeenvolging van treden of meerdere reeksen treden verbonden door middel van overlopen, bedoeld om van de ene verdieping naar de andere te komen.

1985
2021-06-13
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Trap

(1) Een niet-geprogrammeerde geconditioneerde sprong naar een bepaald adres, die automatisch door de apparatuur wordt geactiveerd en waarbij de positie, van waaruit de sprong plaatsvond, wordt vastgelegd. (2) Een reeks voorwaarden, die een beschrijving geven van een systeemgebeurtenis, die moet worden onderschept en de actie, die daarna moet worden...

Lees verder
1982
2021-06-13
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

TRAP

In de middeleeuwse en 17e-eeuwse bouwwerken vrijwel steeds wentel- of spiltrap, waarbij de treden opklimmen rond een vertikale spil. Bij eenvoudige woonhuizen is de trap meestal van eikehout. Bij belangrijke stadhuizen, kastelen en landhuizen is er vaak een aparte traptoren, doorlopend tot boven de daknok en daar voorzien van vensters, die een uitz...

Lees verder
1981
2021-06-13
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

trap

of trapgans, een steppevogel. De grote trap wordt 1 m hoog, hij is grijs en geelachtig rood en bewoont de graanvelden van Europa en Azië en is bij ons een zeer zeldzame wintergast. Hij voert eigenaardige baltsdansen uit. De kleine trap, ter grootte van een kip, leeft in Zuid-Europa en enkele delen van Midden-Europa en is in ons land een al eve...

Lees verder
1980
2021-06-13
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Trap

Pieter Willem Marinus; geb. Leiden 20 april 1821, overl. Leiden 20 oktober 1905. Werkte aldaar. Tekenaar, lithograaf, steen- en boekdrukker.Tentoonstellingen Den Haag 1843 en 1857: een lithografie naar G.J. Bos; enige proeven van bas-reliëf-gravures. LEIDEN -Rijksprentenkabinet: een grote verzameling litho’s. Scheen 19...

Lees verder
1973
2021-06-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

trap

m. (-pen), 1. het trappen; m.n. op de fiets: het is een hele — van hier naar Amsterdam op de fiets; 2. schop; (voetbal) vrije —, vrije schop; harde stoot met de voet: iemand een — geven; (ook) iemand een — na geven, iemand die reeds verslagen is nog eens extra omlaaghalen.

Lees verder
1952
2021-06-13
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Trap

1. s.; (trede), trep(pen); dubbele —, skraech, skreach; (schop), traep, wâd. 2. s.; (vogel); grote, kleine —, greate. lytse trapgoes.

Lees verder
1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Trap

I. m. (-pen), 1. het trappen: het is een hele trap van hier naar Amsterdam op de fiets; 2. een enkele handeling van trappen, stamp: een trap op de grond geven.; 3. schop: iem. een trap geven; ook fig.; 4. trede, ieder der terugwijkend boven elkaar gelegen vlakken waarlangs men naar een hoger punt kan opklimmen, resp. naar beneden a...

Lees verder
1933
2021-06-13
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Trap

1° (Bouwk.) Een t. vormt de verbinding tusschen de vsch. verdiepingen van een gebouw en bestaat in het algemeen uit treden, boomen en leuningen. Materiaal is gewoonlijk hout of steen, soms metaal (machinekamers e.d.). De treden bestaan uit horizontale deelen, waarop de voet wordt gezet (aantreden), en verticale deelen (stootborden), die deze on...

Lees verder
1916
2021-06-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Trap

Trap - De verbinding van twee vlakken in een bouwwerk van verschillende hoogte heeft meestal plaats door een trap. In gebouwen is het een belangrijk timmerwerk, dat tamelijk veel ruimte inneemt en in velerlei vormen kan voorkomen. Men onderscheidt de rechte t., de scheluwe t., de spilt, en de t. met een schalmgat; terwijl ten slotte nog velerlei co...

Lees verder
1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Trap

Het begrip trap heeft 4 verschillende betekenissen: 1. trap - trap - m. (-pen), het trappen : het is een heele trap van hier naar Amsterdam op de fiets; het doen of geven van een trap, stamp : een trap op den grond geven ; — het treden met den voet, tred : iem. een trap geven. 2. trap - trap - m. (-pen), ééne trede eener trap...

Lees verder
1870
2021-06-13
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Trap

Trap (Een) dient om lager gelegene vertrekken met hooger gelegene te verbinden. Men onderscheidt buitentrappen, die zich in de opene lucht bevinden, en binnentrappen, welke men onder het dak en tusschen de buitenmuren aantreft. De treden van een trap kunnen uit één stuk vervaardigd (massief) of zamengesteld wezen. Om de trede van een trap te vergro...

Lees verder