Wat is de betekenis van pak?

2024-04-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

pak

Het begrip pak heeft 8 verschillende betekenissen: 1) ingepakt geheel. iets wat ingepakt of bijeengepakt is en zo een geheel vormt, en dat vaak bestaat uit gelijksoortige zaken, maar soms ook uit ongelijksoortige zaken en soms ook uit een enkel exemplaar ergens van; enige gelijke of verschillende voorwerpen die bij elkaar gebonden, in elkaar...

2024-04-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

pak

1) (1977) (wielr.) peloton. In het Franse wielerargot: le paquet. Engels: the bunch, the pack. • Ik schoot nog voorbij het ganse pak, behalve dan Ovion die me een half metertje te vlug af was. (Noël Couëdel: Maertens. Van uitdager tot kampioen. 1977) • De jonge Skala-coureur bevestigde zijn al in de Tirreno opgebouwde faam als...

2024-04-25
Historische collectie Nederland

Rijksdienst voor het cultureel erfgoed (2019)

PAK

PAK, polycyclische aromatische koolwaterstoffen, is een verzamelnaam voor een grote groep verbindingen. PAK bestaan uit teerachtige stoffen die als basis een skelet van ten minste twee benzeenringen hebben. Meestal komen PAK met een aantal tegelijk voor. De meeste PAK zijn zeer milieubezwaarlijk doordat ze giftig, kankerverwekkend en/of slecht afbr...

2024-04-25
Bijbels Lexicon

Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2017)

Pak

Bij de pakken neerzitten, uit moedeloosheid niet handelen. De herkomst van deze uitdrukking is Genesis 49:14 in de Statenvertaling, waar aartsvader Jakob op zijn sterfbed tot zijn zonen over één van hen spreekt: ‘Issaschar is een sterck gebeent Esel, neder liggende tusschen twee packen’. Het vervolg in vers 15 verduidelijkt de instelling van Issaka...

2024-04-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

pak

pak - zelfstandig naamwoord 1. kartonnen doos waar levensmiddelen in zitten ♢ ik koop drie pakken melk 2. bundel van iets ♢ hij heeft een pak oude kranten bij zich 1. een dik pak...

2024-04-25
Jargon & Slang van Wielrenners

Marc De Coster (2017)

Pak

Pak - term voor peloton. Vgl. Fr. le paquet; Eng. the bunch, the pack. 'Het pak zijn achterwiel laten zien': het peloton voorbijrijden. 'In het pak zitten': in een verloren positie verkeren. 'In het pak gestoken worden': eig. opgelicht, beduveld worden. In wielerterminologie meer specifiek: een ontsnapping missen door onoplettendheid; door een comb...

2024-04-25
Bodemrichtlijn begrippenlijst

Rijkswaterstaat (2017)

PAK

PAK is verzamelnaam van stoffen die onder de titel Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen staan opgenomen in de circulaire bodemsanering behorende bij de Wbb.

2024-04-25
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

pak

1. Groot aantal. Uitsluitend in de uitdrukking ‘een pak af’: veel down. 2. Het hele pak: alle (resterende) biedkaarten op tafel leggen, d.w.z. 7SA bieden.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-25
Kuifje in Vlaanderen

Michel Uyen

pak

In het weekend wordt het een pak frisser (veel, weerbericht op radio).