Orde
v., 1. regelmatige plaatsing of schikking van iets: er kwam weer orde in haar herinneringen ; — behoorlijke schikking: het haar, zijn kleren in orde maken, brengen; — iets in orde maken, het regelen, beschikken,, opknappen; — wij zijn gisteren verhuisd, maar hopen aanstaande week weer op orde te zijn : — de zaak is in orde,...