Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

orde

betekenis & definitie

orde - zelfstandig naamwoord
uitspraak: or-de

1. toestand van netheid
♢ het huis is keurig op orde
1. het in orde maken
[het regelen]
2. orde op zaken stellen
[alles goed regelen]
3. dat is aan de orde van de dag
[dat komt vaak voor]
4. dat is nu niet aan de orde
[daar hebben we het nu niet over]
5. dat is in orde
[dat is goed]
2. toestand van regelmaat en rust
♢ de orde in de klas werd verstoord
1. hem tot de orde roepen
[een standje geven]
2. de orde handhaven
[zorgen dat alles rustig blijft]
3. hij kan geen orde houden
[de klas doet niet wat hij wil]
4. ik ben niet in orde
[niet helemaal gezond]
5. de openbare orde
[de rust op straat]
3. de inrichting van de maatschappij
♢ de politie bewaakt de openbare orde

Algemene uitdrukkingen:
1. het aan de orde stellen
[erover beginnen]
Zelfstandig naamwoord: or-de
de orde

Tegenstellingen
chaos, wanorde