Wat is de betekenis van onnozel?

2019
2022-10-03
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

onnozel

onnozel - Bijvoeglijk naamwoord 1. (verouderd) onschuldig Het feest van de Onnozele Kinderen wordt op 28 december gevierd. 2. dom, naïef 3. niet ernstig 4. (van een ding) onbeduidend, onbelangrijk Heel die ruzie was om een onnozele paraplu?

Lees verder
2018
2022-10-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

onnozel

onnozel - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: on-no-zel 1. wie niet goed kan denken en weinig snapt ♢ lach niet zo onnozel! 2. van weinig betekenis ♢ die ruzie ging om een onnozel voorval ...

Lees verder
2015
2022-10-03
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

onnozel

dwaas (informeel) Zelfs die kameraadschap had Walter nu aan diggelen geslagen door zijn herontdekte wellust te gaan botvieren op deze overjaarse bakvis, deze ‘Carla’, die natuurlijk te vereerd en te onnozel was om te beseffen dat zijn keuze voor haar geen kwestie was van passie, maar een revolte tegen de sleur. (To...

Lees verder
2004
2022-10-03
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

onnozel

- onnozel worden van iets, horendol, gek.

1980
2022-10-03
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Onnozel

Onnozel behoort tot een woordfamilie die langzamerhand wat is afgezakt. Er was vroeger een woord nozel, dat: schadelijk betekende. On-nozel is dus letter-lijk: onschadelijk, onschuldig. In die oorspronkelijke zin spreken wij nog van onnozele kinderen, zowel in het algemeen als met betrekking tot de kinderen die door Herodes om het leven werden gebr...

Lees verder
1973
2022-10-03
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

onnozel

bn. en bw. (-er, -st), 1. onschuldig; zonder boosheid (in de algemene taal alleen in beperkt gebruik); 2. zonder kennis van de wereld en dus licht te bedriegen: hij is onnozel genoeg om dat te geloven; al te onervaren: ofschoon hij zich inspande om geen figuur te maken; 3. dom, idioot: hij is wat ; kijk toch niet zo onnozel, zet toch niet zo&rsqu...

Lees verder
1952
2022-10-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Onnozel

adj. & adv., ûnnoazel, simpel, bloarrich, jobberich; een beetjezijn, sahwat goed hinne wêze; enigszins —, goedweihinne; — kijken, nuet sjen; -e hals, jobbe, bloarre, appelkwak; -e vrouw, tutte, sjutte, sjutsje (it), sjutsjemuoi, sleauke (it), babbe, babke (it) ble...

Lees verder
1950
2022-10-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Onnozel

bn. bw. (-er, -st), 1. onschuldig; zonder boosheid (in de alg. taal alleen in beperkt gebruik): ’t onnozel kind., dat nauw des levens loop begint; — (R.-K.) Onnozele-kinderen, herinneringsdag van de kindermoord te Bethlehem, op 28 Dec.: op Onnozele-kinderen is het jongste kind de baas. 2. zonder kennis van de wereld...

Lees verder
1937
2022-10-03
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

onnozel

bn., bw. (eig. onschadelijk: 1 onschuldig, zonder boosheid; 2 licht te bedriegen; dom; 3 onbeduidend; 4 Z.-N. kinds): 1 een onnozel kind, een onnozel schaap, kindje; onnozel bloed vergieten; Z.-N. die man is onnozel, onschuldig; 2 onnozele boeren bedotten; wat een onnozele bloed! 3 een onnozel versje; een onnozel klein stukje taart; 4 Z.-N. men zou...

Lees verder
1930
2022-10-03
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

onnozel

(on'no:zəl) bn. en bw. (-er, -st) [Veroud. nozel, boos] 1. onschuldig, zonder boosheid : nog een kind; leven. 2. licht te bedriegen : een -e bloed. 3. onervaren, belachelijk : een figuur maken. 4. zonder gezond verstand : hij is wat -. →Jozef van Egypte. Syn. → dom. 5. onbeduidend : een beetje.

Lees verder
1898
2022-10-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Onnozel

bn. bw. (-er, -st), (Zuidn.) onschuldig; nog geen besef van goed en kwaad hebbende : ’t onnozele kind, dat nauw des levens loop begint; (R. K.) onnozele-kinderen, herinneringsdag van de kindermoord te Bethlehem, op 28 Dec. : op onnozele-kinderen is het jongste kind de baas; — zonder kennis van de wereld en dus licht te bedriegen : een o...

Lees verder