Nader
bn. bw. 1. dichter bij, minder verwijderd van: de vrije geest voelt zich zijn oorsprong nader (Da Costa); het hemd is nader dan de rok; — (oneig.) wij hebben nu al een uur gedelibereerd en zijn nog niets nader, t.w. tot een overeenkomst of overeenstemming; — met een ww.: nader komen ...