Wat is de betekenis van ja?

2019
2021-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Ja

Ja - Eigennaam 1. (religie) weergave met de eerste 2 letters van JHWH, Gods naam in het Hebreeuws, zoals die 24 keer in de Bijbel gebruikt wordt (Ex. 15:2 +, Jes. 12:2 +, Ps. 68:5 +) 2. (religie) (joods) verkorte eigennaam van de God van Israël, in joodse vertalingen vaak weergegeven als <span style="font-varia...

Lees verder
2018
2021-05-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ja

ja - bijwoord 1. om aan te geven dat het goed is ♢ wil je koffie? ja graag 1. ja knikken [hoofd op en neer bewegen als teken dat het goed is] 2. wel ja, gooi alles maar op de gr...

Lees verder
2000
2021-05-18
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Ja

Laat uw ja, ja zijn en uw nee, nee, houd u consequent aan uw verklaring. Ook in de vorm van een vaststelling. Deze uitspraak doet de apostel Jakobus in zijn vermaning om niet te zweren: ‘Maar bovenal, broeders en zusters, zweer geen enkele eed, niet bij de hemel, niet bij de aarde, nergens bij. Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee, anders zult u ervoo...

Lees verder
1973
2021-05-18
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ja

I. bw. uitdrukking, 1. van bevestiging, toestemming of inwilliging: is er nog kaas? —; ben je er geweest?, in plechtige stijl gevolgd door een vn. als ond.: — ik, van ganser harte, antwoord van een predikant op de vraag van zijn bevestiger; en amen op alles zeggen, alles goed vinden; geen — en geen neen zeggen, niet beslist toeste...

Lees verder
1950
2021-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Ja

I. bw. uitdrukking, 1. van bevestiging, toestemming of inwilliging : is er nog kaas ?Ja ; ben je er geweest? Ja ; mag ik mee? Ja, hoor; — voorh. en nog thans gew. en in plechtige stijl gevolgd door een vn. als onderw.: ja ik, van ganser harte, antwoord van een predikant op de vraag van zijn bevestiger ; — ...

Lees verder
1939
2021-05-18
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Ja

Woord dat een dame noch een diplomaat lichtvaardig uitspreekt.

1926
2021-05-18
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Ja

Het woord „ja” dient in de Heilige Schrift om te verzekeren (Matth. 9 : 28; 13:51; 27 : 17, 25; Joh. 11 : 27; 21 : 15) of ook om te bekrachtigen (Matth. 11:9; Luc. ll:51;Openb. 1:7; 14 : 13; 22 : 20). Uw woord zij ja ja, neen neen; wat daarboven is, dat is uit den booze (Matth. 5 : 37; Jac. 5 : 12) d.w.z. Christenen moeten onvoorwaardel...

Lees verder
1898
2021-05-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ja

JA, bw. uitdrukking van bevestiging, toestemming, inwilliging enz.: zijt gij daar geweest ? — Ja; gaat hij mede ? — Ja; — ja knikken (toestemmend enz.); — ik geloof ja, ik geloof van ja, (dat het zoo is); — ja wel, ja zeker, zeer zeker, zonder twijfel, (ook iron.) daar komt niets van in; (ook) daar geloof ik niets...

Lees verder