Synoniemen van Ja

2019-12-09

Ja

Laat uw ja, ja zijn en uw nee, nee, houd u consequent aan uw verklaring. Ook in de vorm van een vaststelling. Deze uitspraak doet de apostel Jakobus in zijn vermaning om niet te zweren: ‘Maar bovenal, broeders en zusters, zweer geen enkele eed, niet bij de hemel, niet bij de aarde, nergens bij. Laat uw ja ja zijn, en uw nee nee, anders zult u ervoor gestraft worden’ (Jakobus 5:12, NBV). Op grond van deze en andere bijbelse vermaningen leggen sommige christenen uit principe geen eed af, maar...

2019-12-09

ja

ja - bijwoord 1. om aan te geven dat het goed is ♢ wil je koffie? ja graag 1. ja knikken [hoofd op en neer bewegen als teken dat het goed is] 2. wel ja, gooi alles maar op de grond [ik vind het helemaal niet goed dat je dat doet] 3. ja ja, dat weet ik nu we...

2019-12-09

Ja

Ja - Eigennaam 1. (religie) weergave met de eerste 2 letters van JHWH, Gods naam in het Hebreeuws, zoals die 24 keer in de Bijbel gebruikt wordt (Ex. 15:2 +, Jes. 12:2 +, Ps. 68:5 +) 2. (religie) (joods) verkorte eigennaam van de God van Israël, in joodse vertalingen vaak weergegeven als <span style="font-variant:small-caps; letter-spacing: 0.1em;">Eeuwige</span> 3. (religie) (christelijk) eigennaam van God, in christelijke vertalingen vaak...

2019-12-09

Ja

JA, bw. uitdrukking van bevestiging, toestemming, inwilliging enz.: zijt gij daar geweest ? — Ja; gaat hij mede ? — Ja; — ja knikken (toestemmend enz.); — ik geloof ja, ik geloof van ja, (dat het zoo is); — ja wel, ja zeker, zeer zeker, zonder twijfel, (ook iron.) daar komt niets van in; (ook) daar geloof ik niets van; — ja toch, (na eene ontkenning; met ongeduld of wrevel gegeven verzekering); — soms (vooral in de spreektaal) met een volgend vnw. : ja ik van ganscher harte (van ee...

2019-12-09

Ja

Woord dat een dame noch een diplomaat lichtvaardig uitspreekt.