Wat is de betekenis van heilige?

2019
2021-04-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

heilige

heilige - Zelfstandignaamwoord 1. een persoon die bijzonder rechtschapen en gelovig heeft geleefd Heiligen zijn vooral in de Rooms-Katholieke Kerk van zeer groot belang, in de Protestantse Kerk zijn ze minder belangrijk. 2. (religie) (in de Rooms-Katholieke Kerk) persoon die heilig verklaa...

Lees verder
2018
2021-04-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

heilige

heilige - zelfstandig naamwoord uitspraak: hei-li-ge 1. iemand die heel vroom is geweest en goede werken heeft verricht ♢ de katholieke kerk benoemt sommige mensen tot heilige Zelfstandig naamwoord: hei-li-ge de heil...

Lees verder
2017
2021-04-22
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Heilige

'Geef mij nog een heilige!' - dat hoorde de Vlaamse volkstaal- deskundige H. Mullebrouck omstreeks 1980 in een West- Vlaamse kroeg. De besteller kreeg een glaasje heilig nat, want daarvan is heilige waarschijnlijk een verkorting. In Noord- Brabant wordt een borrel wel heilige olie genoemd. Van een dronkeman zei men aan het eind van de 19de eeuw in...

Lees verder
2009
2021-04-22
Sinterklaaslexicon

Sinterklaas van A tot Z door Marie-José Wouters

Heilige

Een heilige is iemand die door vroomheid en goede werken heeft uitgemunt en van wie de kerk verklaard heeft dat hij of zij openlijk vereerd mag worden, na zijn of haar dood. Het is niet bekend wanneer Sint-Nicolaas heilig is verklaard. Rond het jaar 1000 was Sint-Nicolaas in elk geval een van de belangrijkste heiligen in de westerse kerk. In 1087 b...

Lees verder
2004
2021-04-22
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Heilige

Iemand die vroom heeft geleefd, een wonder heeft verricht en daarvoor door de kerk heilig is verklaard.

1997
2021-04-22
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

heilige

In 1293 zwoer men in Holland blijkens stukken van de Grafelijke Kanselarij vp den heylighen; in Brussel [1276], in Brugge [1287] en in Wolvertem [1294] zwoer men ten heilighen ‘op de relikwieën van de heiligen’, evenals te Damme [1297]. Meestal zweert men in de Middeleeuwen bi allen heiligen ‘bij alle hei...

Lees verder
1981
2021-04-22
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Heilige

1. volgens het spraakgebruik van het Nieuwe Testament ieder die gedoopt is; 2. in de Katholieke Kerk speciaal bedoeld: iemand die op een buitengewone wijze volgens Gods wil heeft geleefd; 3. iemand die om zijn volmaaktheid officieel door de Kerk als heilige wordt erkend (afgekort H.); zie heiligenverering.

Lees verder
1973
2021-04-22
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

heilige

v./m. (-n), 1. (christendom) iemand die zijn leven aan Christus heeft gewijd; de gemeenschap der heiligen; 2. (r.k.) iemand die door zijn of haar vroomheid en goede werken heeft uitgemunt en van wie de Kerk, na zaligspreking, verklaard heeft dat hij of zij openlijk vereerd mag worden: Gods lieve heiligen; God en zijn heiligen aanroepen; ter ere va...

Lees verder
1958
2021-04-22
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

HEILIGE

In de r.k. kerk een met bijzondere deugden begenadigd persoon, van wie mede op grond van wonderen wordt verklaard dat hij in de hemel is. Bij een ‘gelukzalige’ staat dit minder vast. Wat Frl. betreft gelden als heilig: de bisschoppen Willibrord, Bonifatius, Liudger en Frederik, verder Odulf; als gelukzalig de norbertijner abten Frederik...

Lees verder
1952
2021-04-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Heilige

s., hillige; elkezijn kruisje, alle hilligen moatte har waeks hawwe.

1950
2021-04-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Heilige

I. m. en v. (-n), 1. iem. die Christus toebehoort ; de gemeenschap der heiligen, zie bij Gemeenschap ; 2. (R.-K.) iem. die door zijn of haar vroomheid en goede werken heeft uitgemunt en waarvan de Kerk, na zaligspreking, verklaard heeft dat hij of zij openlijk vereerd mag worden : Gods lieve heiligen; God en zijn heiligen a...

Lees verder
1898
2021-04-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Heilige

HEILIGE, m. en v. (-n), (R. K.) iem. die door zijn (of haar) vroomheid en goede werken heeft uitgemunt en daarom na zijn dood heilig verklaard is, sint: God en zijne heiligen aanroepen; de gemeenschap der heiligen; — iem. die een vroom, godgewijd leven lijdt: den heilige uithangen; — hij is ook geen heilige, hij is ook niet volmaakt, v...

Lees verder