Wat is de betekenis van boren?

2020
2022-05-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

boren

1) (17e eeuw) (plat) copuleren, neuken. Tegenwoordig erg populaire term in de straattaal. Ook in de Duitse volkstaal: bohren. • (Geïllustreerde Encyclopedie van de Sexualiteit. Ned. vertaling van The Visual Dictionary of Sex. H.J.W. Becht-Amsterdam. 1977-1980. Woordenlijst p. 126) • (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980) &...

Lees verder
2019
2022-05-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

boren

boren - Werkwoord 1. (ov) met een werktuig dat om zijn as draait een rond gat in iets maken - Hij boorde een gat in de muur om er een schilderijtje te kunnen ophangen. - Shell boort naar olie en gas. boren - Zelfstandignaamwoord...

Lees verder
2018
2022-05-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

boren

boren - regelmatig werkwoord uitspraak: bo-ren 1. ergens een gat in maken ♢ hij boorde een gat in de muur 1. iemand de grond in boren [vernietigende kritiek op hem hebben] Regelmatig...

Lees verder
2017
2022-05-23
Klokkenlexicon

Klokkenlexicon

boren

Het maken van ronde gaten in metaal, hout en dergelijke door middel van een draaiende boor. Als mechanisme voor het ronddraaien van de boor worden of werden gebruikt: (a) een eenvoudig handvat dat direct aan de boor is bevestigd zoals dat tegenwoordig nog bij een handbediende grondboor in gebruik is. (b) de pompdril: een spil met een vliegwiel me...

Lees verder
1977
2022-05-23
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

boren

boren - copuleren (vgl. boor, navegaar). In een Purmerenter Jaagschuit, onder een Oud Man met een boor in de hand. Ik ben oud en slof. Ik zou wel boren, maar 't staal is ’er oj (= eraf. H.). Aan d’ ander zyde, by een Vrou met een kan, en een leege roemer. Verstaat den zin, Hier moet wat in, Koddige Opschriften 4,102[16981700]. Met...

Lees verder
1973
2022-05-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Boren

(boorde, heeft geboord), I. overg. en abs., 1. door het ronddraaien, al of niet gecombineerd of afgewisseld met stoten, van een boor, boorbeitel enz. een hol of gat (door en door of tot op zekere diepte) maken: een gat in een plank boren; op de draaibank boren; in vrijer gebruik: een tunnel boren; 2. doorboren: de hersenpan boren, trepaneren; een...

Lees verder
1952
2022-05-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Boren

v., boarje; door — vernielen of beschadigen, toboarje.

1950
2022-05-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Boren

(boorde, heeft geboord), I. overg. en abs., 1. door het ronddraaien ener boor een hol of gat (door en door of tot op zekere diepte) maken: een gat in een plank boren; op de draaibank boren; — in vrijer gebruik: een tunnel boren, die maken. 2. doorboren: de hersenpan boren, trepaneren; — een schip boren,...

Lees verder
1937
2022-05-23
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

boren

boorde, h. (1, 2, 3), i. (3) geboord (1 met een boor of puntig werktuig een gat of hol maken; 2 [iem. of: zich] iets draaiende, wringende enz. ergens in of doordrijven; 3 zelf heen of door iets heen dringen inz. fig. en lit. t.): 1. een gat in een plank boren; fig. een tunnel boren; de hersenpan boren, trepaneren; kaas, boter boren, een zekere hoev...

Lees verder
1919
2022-05-23
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Boren

(spreektaal), van een boord, boordsel voorzien, eig. boorden, vgl. dialect worren = worden, vroeger vinnen (Vondel) = vinden, enz.

1916
2022-05-23
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Boren

Boren (mijnbouw). Het boren van ondiepe gaten, welke geladen worden met een of andere springstof, die daarna tot ontploffing gebracht wordt, wordt in den mijnbouw toegepast, wanneer het gesteente of het erts zoo hard is, dat het bezwaarlijk met pikhouweel, hamer of breekijzer kan worden losgebroken. Vroeger werden de gaten uit de hand geboord; daar...

Lees verder
1898
2022-05-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Boren

BOREN, (boorde, heeft geboord), door het ronddraaien eener boor een hol of gat (door en door of tot op zekere diepte) maken; een gat in eene plank boren; een put boren; ook eene tunnel boren, die maken; op de draaibank boren; — borende sponsen, die schelpen- en kalkrotsen doorboren; — (spr.) dat gat boor je niet, dat zal je niet lukken...

Lees verder
1869
2022-05-23
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Boren

meir in het zweedsche lan Linkoping; het staat bij Motala in gemeenschap- met het meir Wettern.