Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

boren

betekenis & definitie

boren - regelmatig werkwoord
uitspraak: bo-ren

1. ergens een gat in maken
hij boorde een gat in de muur
1. iemand de grond in boren
[vernietigende kritiek op hem hebben]

Regelmatig werkwoord: bo-ren
ik boor
jij/u boort
hij/zij boort
wij/zij/jullie boren
ik/jij/u/hij/zij boorde
wij/zij/jullie boorden
hij heeft geboord
de/het/een geboorde ....
borend, borende