Deventer betekenis & definitie

Europese samenwerking bestond al in de 12de eeuw. Vanaf het jaar 1100 sloten kooplieden in 150 Noord-Europese steden in het Noordzee- en Oostzeegebied zich aaneen tot de Hanze. Het was het eerste handelsverbond in West-Europa. De Hanze bevorderde de handel in vooral wol, wijn, zout, hout, laken en bier en beschermde de kooplieden. De steden sloegen hun eigen munten en bepaalden hun eigen voorrechten en handelstarieven. Lübeck was de hoofdzetel van dit monsterverbond. Rond 1500 was de glorietijd voorbij.

De machtigste Hanzesteden in de Lage Landen lagen langs of bij de IJssel, de 125 kilometer lange rivier die toen de snelweg vormde tussen de Rijn en de Zuiderzee. Doesburg, Zutphen, Deventer, Hattem, Hasselt, Zwolle en Kampen wisten volop van hun gunstige ligging te profiteren. Deventer was de belangrijkste Hanzestad, want het was de enige die zich een Keizerlijk Vrije Handelsstad mocht noemen, een privilege dat al was verleend door keizer Karel de Grote.

Een 164 kilometer lang Hanzestedenpad van de Stichting Wandelplatform LAW (Lange-Afstand-Wandelingen) rijgt de zeven middeleeuwse IJsselparels aaneen tot een schitterend snoer. De route gidst de wandelaars door de oude steden, met hun smalle, intieme steegjes en schilderachtige straatjes, omzoomd door talloze monumenten, waar de gouden glans van de Hanzetijd nog steeds van afstraalt.

De rijkdom van de Hanze weerspiegelt zich in de talrijke monumenten in Deventer. Uniek zijn het gerestaureerde Bergkwartier en het Noorderbergkwartier met hun schilderachtige straatjes, steegjes en pleintjes, talrijke koopmanshuizen, pakhuizen en andere monumentale panden, waaronder De Proosdij, het oudste stenen woonhuis van Nederland. Het staat aan de Sandrasteeg, op nummer 8. Een glazen overkapping beschermt de gevel tegen weersinvloeden. De gevel met zijn trachietblokken, bouwmateriaal van tufsteen, reparaties, toevoegingen en dichtgemetselde ramen laat zich lezen als een geschiedenisboek over verschillende bouwperiodes. De jaarringen in de eikenhouten balken toonden aan dat het huis in het jaar 1130 is gebouwd. Het gebouw was aanvankelijk een poort die toegang verleende tot het kerkelijk gebied, dat in de middeleeuwen een aparte wijk in de stad vormde.

Het Bergkwartier levert elk jaar op Hemelvaartsdag het toepasselijke decor voor Op den Berghe, het grootste middeleeuwse straatfestival in Nederland. Honderden acteurs en buurtbewoners zetten de klok vijf eeuwen terug. De straatjes zijn bevolkt met marskramers die hun waren aanprijzen, de stadsomroeper, adellijke figuren die door de straten flaneren, ridders en schildknapen, paarden en wagens, herbergiers, prostituees, waarzeggers, monniken die aflaten verkopen, handwerkslieden, bedelaars, potsenmakers en kwakzalvers. Zij laten Deventer anno 1500 herleven door middel van levensechte scènes, bonte optochten, muziek, zang, demonstraties van ambachtslieden en straattheater met wagenspelen voor de kerk en kluchten in schuurtjes.

Vlak voor Kerstmis is het Bergkwartier het toneel van een ander befaamd en druk bezocht straatspektakel: het Charles Dickens Festijn. Tweehonderd figuranten brengen de beroemde verhalen van de Engelse schrijver tot leven.

TIP: Ook in Bronkhorst (G)*, het kleinste stadje van Nederland, vindt tegen Kerstmis een Dickensfestijn plaats.

Meer dan achthonderd kramen, met een totale lengte van 8,5 kilometer, rijgen zich elke eerste zondag van augustus aaneen tot de grootste boekenmarkt van Europa. Het evenement beleefde in 1988 zijn eerste editie. De markt trekt elk jaar meer dan 120.000 boekenliefhebbers. Zij krijgen in de binnenstad en op de IJsselkade ook een cultureel programma voorgeschoteld, met muziek, straattheater, concerten, kunst en exposities. Aan de vooravond van de boekenmarkt vindt jaarlijks Het Tuinfeest plaats. Dichters lezen voor uit eigen werk in de tuinen rondom het theatercafé De Bouwkunde, zo genoemd omdat dit het voormalige gebouw is van een kunst- en aannemersgenootschap met de wel heel lange naam: Vereniging Tot Bevordering Van Den Bloei Van Alle Ambachten Of Vakken Welke in Betrekking Staan Tot De Bouwkunde (opgericht in 1848). Omdat de afkorting VTBVDBVAAOVWIBSTDB niet uit te spreken is, koos men kortweg voor De Bouwkunde.

Een boekenmarkt past bij Deventer. De stad was aan het einde van de 15de eeuw een van de belangrijkste drukkerscentra van Europa. In 1477 drukte Richard Paffraet in Deventer het eerste boek volgens de nieuwe boekdrukkunst. De stad is steeds een belangrijk grafisch centrum gebleven, met talrijke drukkerijen, uitgeverijen, antiquariaten en twee bibliotheken, waaronder de Stads- of Athenaeumbibliotheek uit 1560. Het is de oudste stadsbibliotheek van Nederland en zelfs de oudste nog zelfstandige wetenschappelijke bibliotheek van West-Europa.

De beroemde bibliotheek bezit onder meer 300 incunabelen of wiegendrukken (boeken uit de beginjaren van de boekdrukkunst), de nalatenschap van de voormalige universiteit van Harderwijk, brieven, een unieke verzameling oosterse handschriften en enkele befaamde literaire collecties, met werken van en over onder anderen Willem Bilderdijk, Gerrit Achterberg, A.L.G. Bosboom-Toussaint en met de belangrijkste openbare Couperuscollectie van Nederland.

De verzameling omvat alle uitgaven van elk boek van Louis Couperus (1863-1923), vertalingen en nagenoeg alle werken over hem.

De trots van de Stads- of Athenaeumbibliotheek zijn ruim vijfhonderd middeleeuwse handschriften, onder andere uit de kloosters van de Moderne Devotie. Grondlegger van deze stroming (de grootste geestelijke bijdrage uit onze streken aan de middeleeuwse geschiedenis) is de Deventenaar Geert Groote (1349-1384). Hij riep op tot bekering en boetedoening, wees kloosterlingen op hun plicht om de gelofte van armoede na te komen en ageerde tegen de verkoop van kerkelijke ambten, de overtreding van het celibaat en de overdreven heiligenverering. In het Noorderbergkwartier herinneren verschillende panden en herdenkingsborden aan de beweging van de Moderne Devotie. Geert Groote ligt begraven in de Mariakerk.

TIP: Let bij een wandeling door het middeleeuwse Deventer ook eens op de vele bijzondere uithangborden en opschriften. Bijvoorbeeld deze op de gevel van een voormalige apotheek: Deo Fidendum, Mediis Utendum (Vertrouw op God, maar neem wel uw medicijnen in).

De Grote of Lebuïnuskerk aan het Grote Kerkhof is een van de drie zogeheten Bernolduskerken die Nederland rijk is. De andere twee staan in Utrecht, namelijk de Jacobi- en de Pieterskerk. Ze zijn in het midden van de 11de eeuw gesticht. De Grote of Lebuïnuskerk onderging in de loop der eeuwen zoveel veranderingen en uitbreidingen, dat het godshuis eigenlijk een stenen boek over de geschiedenis van de bouwkunst is. Reden om het op de Monumenten Top 100 te plaatsen.

Aan het Grote Kerkhof is nog een monument uit de Monumenten Top 100 te vinden, namelijk het stadhuis. Het is een van de interessantste gebouwen van het classicisme in Nederland aan het eind van de Gouden Eeuw. Het dateert uit 1694. Het interieur is rijk versierd met onder andere stucplafonds, houtsnijwerk en schilderijen.

Het publiek is welkom in de tuinen en kassen van de Internationale Agrarische Hogeschool Larenstein. Hier is een van de grootste collecties tropische cultuurgewassen in Nederland te bewonderen. Er groeien ananas, bananen, cacao, koffie, thee, rijst, jute, hennep, cassave, katoen, kapok, suikerriet, rubber, sisal, vanille, peper, gember, rubber, kokos, coca, papaja's, pinda's, suikerriet, sinaasappelen, grapefruits, kurk, kiwi's en honderden andere tropische gewassen, planten en bomen, waaronder bijvoorbeeld de lipstickboom, zo genoemd, omdat de cosmetica-industrie uit de zaden een rode kleurstof wint. Om te voorkomen dat er te veel stekjes verdwijnen of cocabladeren wordt 'gescoord', geldt in de kassen het strenge gebod: tengels thuis! Bezoekers doen er verstandig daar gehoor aan te geven, want er groeien ook vleesetende planten en tropische brandnetelsoorten die bij aanraking flinke brandblaren en minstens drie dagen pijn veroorzaken. De kassen zijn op hun mooist in de bloeiperiode september-oktober. Er zijn rondleidingen.

Het Speelgoed- en Blikmuseum bezit de grootste collectie speelgoed in Nederland. Het laat zien waar kinderen mee speelden en spelen, van simpele stenen speelschijven uit 1300 tot de harddisk uit de moderne computer. De grotemensenwereld is in miniatuur aanwezig: poppenhuizen, winkeltjes, serviesjes, boerderijen, auto, boten en zelfs een minialtaar voor pastoortjes in spe. Bijzonder is ook de collectie toverlantaarns en ander optisch speelgoed. Natuurlijk kan in het museum worden gespeeld.

Behalve veel blikken speelgoed, toont het museum de grootste verzameling verpakkingsblikken in Nederland, variërend van simpele sigarenblikjes en het beroemde Droste-blik met de verpleegster, tot modern vormgegeven blik en het meest ingewikkelde blikken trommeltje dat ooit in Nederland is geproduceerd. De kunstenaar M.C. Escher leverde hiervoor het ontwerp. Adres: Brink 47.

TIP: Andere belangrijke speelgoedmusea in Nederland zijn Museum Kinderwereld*, Roden (D), TV Toys Museum*, Dieren (G) en Toy-Toy Museum, Rotterdam (ZH).

Museum De Waag is gevestigd in een fraai handelspaleis uit 1528. Het graaft in de geschiedenis van de Hanzestad. Veel aandacht is er voor handel, nijverheid en ambachten. Zo is er bijvoorbeeld de oudste Nederlandse fiets te zien, een vélocipède uit 1870, in Deventer gemaakt door de eerste Nederlandse rijwielfabriek van Henricus Burgers, die tot 1961 produceerde. Deventer was ook de eerste stad met een fietsvereniging: de Nederlandsche Vélocipèdeclub Immer Weiter, opgericht in 1871. In de Waag verder aandacht voor onder andere de Deventer koek, de stoelen-, metaal- en tapijtindustrie, grafische bedrijven en natuurlijk voor het leesplankje Aap, Noot, Mies, want de beroemdste Nederlandse leesmethode is aan het einde van de 19de eeuw ontwikkeld door de Deventer hoofdonderwijzer M.B. Hoogeveen. Zijn collega en plaatsgenoot J.H. Colenbrander ontwikkelde een alternatief leesplankje (Geit, Zeep, Does, Hout, Roos). Buiten hangt aan de muur de ketel waarin vroeger valsemunters in olie werden gefrituurd. Adres: Brink 56.