Arnhem betekenis & definitie

De Gelderse hoofdstad heeft een unieke paradox in zijn geografische ligging:

OOSTerbeek ligt ten WESTEN van Arnhem,

WESTervoort ligt ten OOSTen van Arnhem,

NOORD-brabant ligt ten ZUIDen van Arnhem en

de voormalige ZUIDerzee ligt ten NOORDen van Arnhem.

Arnhem ligt aan zee. Sterker nog, Arnhem ligt aan een oceaan. Burgers' Ocean. Het is het grootste aquarium in Europa en het verst van zee gelegen zeeaquarium ter wereld. Het gunt bezoekers een blik in de wondere en kleurrijke wereld van de koraalzee zoals die er in de buurt van Indonesië en de Filippijnen uitziet. De tien verschillende aquaria bevatten samen acht miljoen liter zuiver zeewater. In Burgers' Ocean brouwen ze dat zelf. Ingrediënten: Veluws drinkwater, flinke scheppen zeezout en een snufje sporenelementen. Het droge duikavontuur begint bovengronds, in een lagune op Panorama-Mesdagformaat.

Vervolgens daalt de bezoeker letterlijk af naar de bodem van de koraalzee bevolkt door duizenden vissen, sommige mooi, gracieus en kleurrijk, andere angstaanjagend, zoals haaien, giftige koraalduivels en vervaarlijke murenen. Zij zwemmen in een decor van koraalriffen bezaaid met anemonen, sponzen, kokerwormen, zee-egels en zeesterren. Vanuit een zes meter brede, doorzichtige tunnel op de bodem van de zee zijn talloze vissen, waaronder een luipaardhaai, van heel dichtbij te bewonderen.

Het boegbeeld van Burgers' Ocean is een reusachtig bassin met een inhoud van drie miljoen liter water. De grootste ruit van de wereld houdt de watermassa in bedwang. Hij is 35 centimeter dik, 6 meter hoog, 25 meter breed en 120 ton zwaar. Het scheepswrak en de rotsen in het bassin zijn nep, maar de vissen en andere zeebewoners zijn springlevend. De overdekte 'binnenzee' is het domein van twee soorten haaien, de grijze rifhaai en de zwartpunthaai. De killers kunnen een lengte van 2,5 meter bereiken. De Ocean is een voorbeeld van de zogenaamde grootschalige eco-displays, waarmee Burgers' toonaangevend is in de wereld. Het gaat daarbij om zo natuurlijk mogelijk nagebootste ecosystemen. Neonatuur dus. Net echt.

Zo opende Burgers' in 1988 het eerste overdekte tropische regenwoud in de wereld: de Bush. In deze gigantische tropische kas (150 meter lang, 95 meter breed en 20 meter hoog) zijn tienduizenden planten en dieren te vinden. In de Bush bruist de hoogste waterval van Nederland. Die zeventien meter hoge lekkage is echter niet op natuurlijke wijze ontstaan, maar door mensenhanden gecreëerd. In 1994 volgde de opening van de Mangrovehal en de Desert, de eerste overdekte woestijn in de wereld. De hal is driekwart hectare groot en tien meter hoog. De Noord-Amerikaanse Sonora-, Mojave- en Chihuahuawoestijn stonden model voor de inrichting. Een 143 meter lange Avonturentunnel, met onder andere mijngangen, druipsteengrotten, terraria, kleurige gesteenten en een goudader, verbindt de Bush met de Desert. Burgers' Zoo opende in 1968 het eerste safaripark op het Europese vasteland en in 1971 het eiland met de wereldberoemde chimpanseekolonie. Adres: Schelmseweg 85.

Voetbalstadions worden geregeld ook voor andere activiteiten gebruikt. Popconcerten en massameetings bijvoorbeeld. Het gras wordt dan toegedekt, wat de kwaliteit van de mat natuurlijk niet ten goede komt. In het Gelredome hebben ze daar iets op gevonden. Het is het eerste stadion in de wereld met een schuivende grasmat. Het gras groeit in een bak, die hydraulisch buiten het stadion kan worden gereden. Vervolgens schuift een vloer op zijn plaats. Het complex kostte 140 miljoen gulden. Het schuifdak, de verwarming en de airco zorgen ervoor dat in het stadion een constante temperatuur van 20 graden heerst. Zonnepanelen leveren de elektriciteit. Het stadion heeft 30.000 zitplaatsen en 49 skyboxen. Het Gelredome is de thuisbasis van Vitesse.

De Sint-Eusebiuskerk bezit de enige kerktoren in Nederland met een glazen panoramalift. Die tilt de bezoekers dwars door het imposante 'zevengelui' heen naar de belvedère, op een hoogte van 73 meter. Wie het hogerop wil zoeken, kan de trap nemen naar een panoramaruimte op 80 meter hoogte. Men heeft er een schitterend uitzicht over de Gelderse hoofdstad, de Veluwe, de Rijn, de Betuwe en een deel van het Duitse grensgebied. Volhouders die liever lopen kunnen de 385 treden nemen van de stenen wenteltrap. De Eusebius is het symbool van de wederopbouw van de stad, die tijdens de Slag om Arnhem in een puinhoop was veranderd.

Wijntje? Ja, lekker, doe die fles rode maar uit 1735! Ondanks het feit dat ze in het Nederlands Wijnmuseum de grootste openbare verzameling kurkentrekkers van ons land bezitten (800 stuks), zullen ze niet bereid zijn aan dat verzoek te voldoen. Het gaat immers om een van de oudste flessen wijn in Nederland. De karafvormige fles is opgedoken uit het wrak van het VOC-schip 't Vliegent Hart. Het had, net als alle schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, een flinke lading wijn aan boord. De edele drank behoorde tot het dagelijkse rantsoen van de opvarenden. De stokoude fles is waarschijnlijk geblazen in Middelburg, de eerste Nederlandse stad waar flessenfabrieken werden gevestigd.

Het Nederlands Wijnmuseum schenkt op smakelijke wijze aandacht aan de duizenden jaren oude historie van de wijn. Alles wat met het maken en drinken van de godendrank samenhangt, komt aan bod. Tot de collectie behoren onder andere ook fusten, flessen, glazen, kurken, twee unieke wijnsleden uit Zutphen, de complete verzameling kunstetiketten van Chateau Mouton Rothschild en de oudste duig, afkomstig van een Romeinse wijnton van rond de jaartelling en compleet met de ingebrande naam van de wijnhandelaar. De duig kwam aan het licht bij de aanleg van de Velsertunnel. En dan is er natuurlijk die beroemde collectie kurkentrekkers. De eerste flessentrekker, zoals de naam aanvankelijk luidde, kwam pas in beeld toen men er in de 17de eeuw toe overging wijn in flessen te bewaren en te verkopen. Voor die tijd werd wijn uit het fust en uit aardewerken kruiken geschonken. Adres: Velperweg 23.

In de groene zoom van Arnhem brengt het oudste en grootste openluchtmuseum van Nederland het verleden van ons land tot leven. In meer dan tachtig huizen, boerderijen, molens en bedrijven is te zien hoe onze voorouders vanaf pakweg 1600 woonden en werkten. Het gaat niet om nagebouwde decors, maar om historische panden, die steen voor steen zijn afgebroken en in Arnhem weer opgebouwd. Het Nederlands Openluchtmuseum is vooral een 'levend' museum. In bedrijfjes worden demonstraties gegeven, de molens draaien, de waard van een stokoud cafeetje tapt een pintje, de winkelbel klingelt, in het consultatiebureau uit de jaren vijftig hangt de geur van lysol, een historische tram toert rond. Er zijn veel kinderactiviteiten en rondleidingen.

Het HollandRama kent zijn gelijke niet in de wereld. Het is een tijdcapsule die zweeft, rijdt en om zijn as draait. In het mysterieuze eivormige gebouw is plaats voor 170 personen. Zij bewegen zich letterlijk kriskras door de tijd en door Nederland. Geluid, beweging, geuren en andere technische hoogstandjes zorgen voor levensechte effecten. Om het allemaal zo realistisch mogelijk te maken ondergaat het publiek zelfs temperatuurverschillen. Een voorbeeld: als in het panorama een sneeuwlandschap in beeld komt, daalt het kwik en wordt het fris in de zaal. Bewegende theaters en panoramabioscopen met speciale effecten zijn op zich niet uniek. Maar wat de Arnhemse attractie tot een wereldprimeur bombardeert, is de combinatie van een 21ste-eeuws panorama met landschappen, interieurs en echte voorwerpen uit de collectie van het museum. Het HollandRama laat bezoekers met andere ogen kijken naar de gebouwen en de alledaagse voorwerpen in het openluchtmuseum.

In het Nederlands Openluchtmuseum rijdt een replica van de laatste Arnhemse tram, de GETA 76. Tijdens de Slag om Arnhem werden alle trams en het gehele tramnet vernietigd. Na de bevrijding stapte het gemeentebestuur over op elektrische bussen. Arnhem is de enige stad met trolleybussen in Nederland. Ze rijden onder andere naar belangrijke dagattracties als het Nederlands Openluchtmuseum en Burgers Zoo. De eerste trolleybus, de 101, wordt gekoesterd en gepoetst door leden van de Nederlandse Trolley Vereniging. De oldtimer rijdt nog regelmatig.

Op veel plaatsen in en rond Arnhem zijn herinneringen te vinden aan de grootste luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis. Op 17 september 1944 dropten 1600 (zweef)vliegtuigen 34.000 geallieerde militairen. Doel was de brug over de Rijn op de Duitsers te veroveren.

De actie vormde een onderdeel van de Operatie Market Garden, de codenaam van een gedurfd en buitengewoon gecompliceerde plan voor een geallieerde opmars vanuit het bevrijde België naar Duitsland. Maar dan moesten wel eerst vier belangrijke bruggen op de route worden veroverd, namelijk over het Wilhelminakanaal (bij Son), de Maas (bij Greve), de Waal (bij Nijmegen) en ten slotte de Rijn.

Bij Arnhem moesten parachutisten ver achter de vijandelijke linies landen en de Rijnbrug bezet houden totdat de oprukkende tanks uit het zuiden arriveerden. Op de vraag van de Britse luitenant-generaal Frederik Browning hoeveel tijd de tanks nodig zouden hebben om Arnhem te bereiken en de para's te ontzetten, antwoordde opperbevelhebber Montgomery: 'Twee dagen.' Volgens Browning konden zijn troepen de brug maximaal vier dagen in handen houden. Daarna zouden zij moeten wijken voor de Duitse overmacht. 'Maar ik geloof dat we wel eens een brug te ver konden gaan.' Het bleken profetische woorden. Drie bruggen werden veroverd. Zuid-Nederland was vrij. Maar doordat de opmars vertraging opliep bleek Arnhem 'een brug te ver'. Het rampzalige gevolg was dat de oorlog voor de miljoenen Nederlanders boven de grote rivieren ruim zeven maanden langer zou duren.

TIP: Het Airborne Museum in Oosterbeek* vertelt het verhaal van de slag. Het is gevestigd in het voormalige hoofdkwartier van de geallieerden. Ook diverse andere musea brengen eer aan de mannen die tijdens Operatie Market Garden vochten voor de vrijheid van Nederland, bijvoorbeeld het Arnhems Oorlogsmuseum 40-45, het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek, het Maas en Waal Museum 1939-1945 in Winssen en Museum Bevrijdende Vleugels in Best (NB).

De dramatische gebeurtenissen tijdens de Slag om Arnhem zijn op indringende wijze vereeuwigd in de film A Bridge Too Far. Overigens werden de opnamen voor deze oorlogsklassieker niet in Arnhem gemaakt, maar op de IJsselbrug in Deventer.

Sonsbeek is het eerste Nederlandse stadspark dat op de Rijksmonumentenlijst werd geplaatst. Dat gebeurde in 1963. In de 19de eeuw liet Guillaume baron van Heeckeren het landgoed Sonsbeek in Engelse landschapsstijl aanleggen. De grote hoogteverschillen vormden een ideale basis voor de romantiek van deze stijl. Op een betrekkelijk klein oppervlak bootste de tuinarchitect een volledig landschap na, met bossen en bosschages, landerijen, waterpartijen, doorkijkjes, een landhuis en een moestuin, een hertenkamp en een belvedère. In 1899 werd het onderhoud te kostbaar. De baron verkocht een gedeelte van het landgoed aan het Arnhemse gemeentebestuur. Met de aankoop was de helft van de totale gemeentebegroting voor dat jaar gemoeid. Maar in plaats van de aanwinst te versnipperen in winstgevende bouwkavels, lieten de vroede vaderen het park geheel intact en stelden het open voor het publiek. Ruim een eeuw later verdient dat nog steeds applaus.

Samen met het aangrenzende park Zypendaal vormt Sonsbeek een groene oase in het centrum van de stad. Wandelaars vinden er onder andere een kunstgalerie, kasteel Zypendaal en De Watermolen, het enige stedelijke bezoekerscentrum in Nederland. Het is gevestigd in de Witte Molen, de laatste van zeven watermolens die het park ooit telde, en geeft informatie over de cultuur en de natuur in de Gelderse hoofdstad. De 15de-eeuwse molen draait regelmatig.

De langste bewegwijzerde Landelijke Fietsroute (LF) is de zogeheten Ronde van Nederland. Door meerdere landelijke fietsroutes met elkaar te verbinden fietst men grotendeels langs de uiterste noord-, oost-, zuid- en westgrens van Nederland. De Ronde van Nederland voert van Arnhem via Venlo, Middelburg, Callantsoog, Lauwersoog en Enschede terug naar de Gelderse hoofdstad. Fietsers die dat niet genoeg vinden, kunnen tussen oost en west een ommetje in de vorm van een 8 inlassen. Dit levert een route van in totaal 1250 kilometer op.

Bronbeek is het enige koninklijk tehuis voor oud-militairen in Nederland. Het is tevens een museum, dat voornamelijk is gewijd aan de koloniale geschiedenis van Nederlands Indië. De nadruk ligt op de militaire aspecten en de geschiedenis van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL). Het museum toont uniformen, wapens, onderscheidingen, schilderijen en foto's. Ook is er een collectie volkenkundige en natuurhistorische voorwerpen te zien. Ze geven een beeld van het voormalige Nederlands Oost-Indië en zijn bevolking. Adres: Velperweg 147.

In het Museum voor Moderne Kunst staat het meest geschilderde poppenhuis van Nederland. De kunstenares Lizzy Ansingh kocht het in 1910 op een veiling. Zij plaatste het in haar atelier naast de schildersezel en gebruikte het veelvuldig als inspiratiebron en onderwerp voor haar schilderijen. Lizzy Ansingh, eigenlijk Maria Elisabeth Georgine (1875-1959), behoorde tot de 'Amsterdamse Joffers'. Zij schilderde portretten, landschappen en stillevens, maar werd vooral bekend door haar levendige poppentaferelen. Adres: Utrechtseweg 87.