Wat is de betekenis van gracieus?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gracieus

gracieus - Bijvoeglijk naamwoord 1. sierlijk, elegant, bekoorlijk De mannequin werd direct herkend aan haar gracieuze manier van lopen.

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gracieus

gracieus - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: gra-ci-eus 1. met vloeiende lijnen of bewegingen ♢ de danseres maakt gracieuze bewegingen Bijvoeglijk naamwoord: gra-ci-eus ... is gracieuzer dan ... ...

Lees verder
1994
2022-12-04
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Gracieus

[Fr. gracieux, van Lat. gratiosus = vol gratia] met gratie.

1993
2022-12-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Gracieus

bevallig; sierlijk

1981
2022-12-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Gracieus

zie gratie.

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gracieus

[→Fr.], bn. enbw. (-euzer, -t), 1. bevallig, bekoorlijk; innemend: zij heeft een figuurtje; 2. met gratie: buigen; op beleefde, hoffelijke wijze: een uitnodiging — aannemen; 3. (recht) gracieuze procedure, rechterlijke bemoeiing buiten eigenlijk rechtsgeding, in tegenstelling tot contentieus.

Lees verder
1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Gracieus

bevallig, innemend, minzaam.

1950
2022-12-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Gracieus

(<Fr.), bn. bw. (...euzer, -t), 1. bevallig., bekoorlijk ; innemend : een gracieus meisje ; zij heeft een gracieus figuurtje ; 2. met gratie : gracieus buigen ; op beleefde, hoffelijke wijze: een uitnodiging gracieus aannemen; 3. (rechtst.) gracieuze procedure, vrijwillige of oneigenlijke rechtspraak, rechter...

Lees verder
1948
2022-12-04
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

gracieus

bevallig.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gracieus

bn., bw.; gracieuzer, gracieust (Fr. [Lat. gratiosus]: minzaam; sierlijk, bevallig).

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

gracieus

(grasi'eus) bn. en bw. (gracieuzer, -t) gracelijk.

1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

gracieus

gracieus - bevallig, innemend, minzaam.

1908
2022-12-04
Vivat

Schrijver op Ensie

Gracieus

hetzelfde als gratieus, zie ald.

1906
2022-12-04
wink

Wink's vreemde woordenboek

Gracieus

Fr., bevallig.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gracieus

GRACIEUS, bn. (...euzer, -t), bevallig, behoorlijk, innemend een gracieus meisje; zij heeft een gracieus figuurtje; — bw. met gracie: gracieus buigen; op beleefde, hoffelijke wijze eene uitnoodiging gracieus aannemen. GRACIEUSLIJK, bw. gracieus iets gracieuslijk van de hand wijzen, er beleefd voor bedanken.

Lees verder
1864
2022-12-04
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

gracieus

gracieus - bn. (gracieuzer, gracieust) bevallig, innemend, liefelijk