Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

Gepubliceerd op 03-02-2023

coiffeuse

betekenis & definitie

1. Kapster.

Coiffeuse vraagt leermeisje met enige ondervinding, Gent 12/8/1976, p. 15.

Onlangs kwam mijn vrouw terug van de coiffeuse met het kapsel netjes in de plooi, Gentenaar 12/5/1977.

2. Kaptafel, toilettafel.

Luxe slaapkamer. 6 deuren + pracht bed met radio + coiffeuse + ovale kantelspiegel, Gazet v. Antw. 16/9/1977.

< >