Gepubliceerd op 17-07-2021

Utrechtenaar

betekenis & definitie

(1911) (Barg.) (scheldw.) homoseksueel. Journalisten van het Utrechts Nieuwsblad moesten in de jaren dertig van de twintigste eeuw het woord Utrechtenaar, de tot dan toe gebruikelijke term voor een inwoner van de stad, op bevel van de hoofdredacteur vervangen door het fatsoenlijker geachte Utrechter. Zie ook: van Utrecht zijn.

• Zooals men weet zijn Utrecht en Leden in studentelijken adeldom en het sier slaan ernstige mededingers: waar bovendien een bijzondere aanleiding bestond om op de Utrechtsche grootdoeners gebeten te zijn, kreeg de tooneelsatyre den scherpsten vorm. Nu noemt men Utrechtenaren in de Leidsche Studententaal schimpenderwijze voorstanders van die liefde, oie, laat ons maar zeggen, ook bij de Grieken niet ongeacht was, en zoo kwam het groenentheater in het teeken der ongetolereerde liefdesbetuiging. (De tijd, 24/11/1911)
• (Enno Endt & Lieneke Frerichs: Bargoens Woordenboek. 1974)
• (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980)
• (Rob Tielman: Homoseksualiteit in Nederland: studie van een emancipatiebeweging.1982)
• De vervolging van sodomieten, en daaronder werd ieder begrepen die zich niet strikt hield aan op de voortplanting gericht seksueel verkeer, doemde opnieuw op in de achttiende eeuw. Buitenlandse diplomaten vertoonden in Utrecht bij de vredesonderhandelingen (1713) openlijker homoseksueel gedrag dan ooit daarvoor in de buurt van de Dom was waargenomen. Het woord Utrechtenaar voor homoseksueel zou daarvan afgeleid kunnen zijn. Enkele jaren later ontdekte de koster van de Utrechtse Dom dat sodomieten elkaar in het geheim te midden van resten van de gedeeltelijk ingestorte kerk ontmoeten. Uit archiefonderzoek blijkt dat ondermeer de soldaat Zacharias Wilsma daarvoor werd opgepakt. Hij bekende, er ontstond een sneeuwbaleffect. Er volgden processen in Utrecht, en een flink aantal andere steden. (De Volkskrant, 27/02/1982)
• M. van Kampenhout (NRC Handelsblad van 4 maart) meent dat de inwoners van stad en provincie Utrecht „Utrechters" behoren te worden genoemd. Maar: de gewone inwoners van de oude bisschopsstad noemen zichzelf al vele generaties „Utrechtenaren". Zij weten nl. dat plaatsen met —tricht, -trecht, -drecht, inwoners hebben wier aanduiding op -enaar eindigt. Het rare woord Utrechter is overigens in Utrecht zelf ontstaan. G. J. van Heuven Goedhart wilde het, als hoofdredacteur van het Utrechtsch Nieuwsblad in de jaren '30, niet hebben dat de andere redacteuren het woord Utrechtenaar schreven. Uit overwegingen van zeer misplaatst fatsoen (Goedhart kende zijn Van Dale: Utrechtenaar = homo = brr). (NRC Handelsblad, 07/03/1985)
• Goed beschouwd is Utrechtenaar een verouderd woord, dat je zelden meer hoort. Dat geldt evenzeer voor mietje of van de verkeerde kant. (De Volkskrant, 20/04/1985)
• (Arendo Joustra: Homo-erotisch woordenboek. 1988)
• (Robert Henk Zuidinga: Eroticon: het ABC van de erotiek. 1990)
• In de Engelse serie ‘Dalziel and Pascoe’ spelen Utrechtenaars van wie je geen seconde in de gaten hebt dat ze het zijn. (Nieuwe Revu, 01/12/1999)
• 'Utrechtenaar' is een oud scheldwoord voor homo. Utrechters zullen zichzelf dan ook niet vaak zo noemen. Studenten van buiten de stad natuurlijk wel, maar die zijn nog niet afge-studeerd. (Nieuwe Revu, 01/12/1999)
• kontevoelerd (ook Ouwerijner, van achter de dom), homoseksueel. In Oudenrijn vond in de jaren dertig een schandaal met artsen plaats. De aanduiding hij is d’r i n van achter de dom voor een mannelijke homoseksueel gaat terug op 1730, toen Zacharias Wilsma had toegegeven dat hij zich in de pandhof achter de domkerk met sodomie had beziggehouden. Zijn proces luidde het begin in van een reeks zware vervolgingen in het hele land die twee jaar duurde; sinds­ dien kreeg het woord Utrechtenaar in preutse kringen buiten de stad de bij­ komende betekenis ‘homoseksueel’. Parool-journalist Maurits Schmidt, zelf afkomstig uit Utrecht, maakt een - wel vaker gehoord - onderscheid tussen Utrechter (uit de stad Utrecht) en Utrechtenaar (homoseksueel): ‘Dit stuk [namelijk een krantenartikel van Schmidt (1993)] is niet geschreven door een Utrechtenaar, maar door een Utrechter. Utrechtenaren wonen nu eenmaal in groteren getale in Amsterdam dan in Utrecht. Kijk maar in de Dikke Van Dale waarom.’ In de stad zelf werd overigens tot in de jaren dertig gewoon het woord Utrechtenaor gebezigd voor een inwoner van Utrecht, van welke geaardheid ook. Maar vanwege de bijbetekenis is hoofdredacteur Van Heuven Goedhart van het Utrechts Nieuwsblad het woord Utrechtenaar gaan mijden, en droeg hij de redacteuren op het te vervangen door Utrechter. De inmiddels algemene verdringing van het ‘oude’ Utrechtenaor door Utrechter, om deze reden, wordt door autochtone inwoners merkwaardig gevonden. (Nicoline Sijs en Joep Kruijsen: Honderd jaar stadstaal. 1999)
• Een vrouw die nog altijd in Utrecht woont, vulde aan: ,, Een man uit Utrecht is een Utrechter en niet een Utrechtenaar. Zoals u terecht vermeldde is dat laatste een scheldwoord voor homo of pederast. Noemt u een man uit Utrecht een Utrechtenaar, dan riskeert u 'een klaap voor je bek' zoals de echte Utrechters (m/v) dat plegen te zeggen. (Ewoud Sanders in NRC Handelsblad, 11/11/2004)
• (Jaap Engelsman, Joep Kruijsen, Ewoud Sanders & Rob Tempelaars: Taal als levenswerk. Aspecten van de Nederlandse taalkunde. 2005)
• Dus het is Utrechtér, niet Utrechtenáár. Eric en Joost, en deze mooie mannen hier, die zijn Utrechtenaren. Utrechtenaren zijn homo's, vandaar. Ik geef gelukkig, god zij geprezen, de voorkeur aan vrouwen, zo simpel is het. (Ciel van Sambeek: Stormvleugels. 2006)
• In de tv-serie ''t Schaep met de 5 Pooten' praten een paar vrouwen in een wassalon in de Amsterdamse Jordaan over de jongen achter de bar van hun stamcafé. Een vrouw denkt vanwege zijn rode onderbroek dat het een 'Utrechter' is, oftewel een 'homo'. Dit moet een foutje zijn van scenarioschrijver Frank Houtappels, want niet 'Utrechter', maar 'Utrechtenaar' heeft de betekenis van 'homo'. (Elsevier, 06/01/2007)
• (B.J. Martens van Vliet: De vollekstaol van de stad Uterech. 2008)
• Een Utrechtenaar is een homo, en dat zijn we niet allemaal. (Felix Thijssen: De blauwe nacht. 2010)
• Ik weet wel dat een Utrechtenaar een homo is en een Utrechter niet. Volgens mij is dit de enige stad waar zo'n vreemdsoortig onderscheid wordt gemaakt. (Danielle Hermans: In vredesnaam. 2019)
• (Stella Bergsma & Sylvia Witteman: Van lichtekooi en zwiepkanarie. 2019) p. 141