Wat is de betekenis van Utrechtenaar?

2024-07-24
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-24
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

Utrechtenaar

iemand uit Utrecht. iemand die afkomstig is uit de stad of provincie Utrecht; inwoner van Utrecht. Voorbeelden: De tv-zender Het Gesprek herhaalt maandag 27 april om 22.00 uur een interview met de woensdag overleden schrijver Martin Bril. Dat kondigde een woordvoerster van het station aan. Zijn vriend en collega Ronald Giphart interv...

2024-07-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

Utrechtenaar

(1911) (Barg.) (scheldw.) homoseksueel. Journalisten van het Utrechts Nieuwsblad moesten in de jaren dertig van de twintigste eeuw het woord Utrechtenaar, de tot dan toe gebruikelijke term voor een inwoner van de stad, op bevel van de hoofdredacteur vervangen door het fatsoenlijker geachte Utrechter. Zie ook: van Utrecht zijn. • Zooals men we...

2024-07-24
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

Utrechtenaar

Utrechtenaar - Zelfstandignaamwoord 1. (demoniem) een inwoner van de stad Utrecht Woordherkomst Afgeleid van Utrecht met het achtervoegsel -enaar

2024-07-24
Scheldwoordenboek

Marc de Coster (2007)

Utrechtenaar

homoseksueel. Voor het eerst vermeld door Endt (1974). Reeds in de jaren dertig werden journalisten van het Utrechts Nieuwsblad door hun hoofdredacteur verplicht niet langer het woord Utrechtenaar te gebruiken maar Utrechter. Mogelijk ligt de oorsprong van de term bij de vervolging van homo’s in de achttiende eeuw, die begon met een geval van...

2024-07-24
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans (1977)

Utrechtenaar

Utrechtenaar - homosexueel. Wrsch. te verklaren uit: hij komt van achter de Dom, waar de Dom voor het mann. lid staat.

2024-07-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Utrechtenaar

m. (-s, ...naren), 1. inwoner van Utrecht; 2. homosexueel.

2024-07-24
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

Utrechtenaar

m. Utrechtenaars, Utrechtenaren (man uit U.).

Wil je toegang tot alle 10 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-24
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

Utrechtenaar

m. (...naren, -s) inwoner, man afkomstig van Utrecht.