Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 16-05-2021

soldaat

betekenis & definitie

1) (1963) (sch.) mannelijk geslachtsdeel. Zinspeelt op 'iemand die altijd paraat staat.'

• Ze schoof het velletje voorzichtig van de eikel en liet de soldaat de wereld in kijken. ‘Hij heeft nog slaap,’ zei ze, ‘hij moest ook zo vroeg uit de veren vandaag.’ (Sybren Polet: Breekwater. 1963)
• Volgens de letterkundige Hans van Straten noemde men in de Middeleeuwen de penis de caulis, ofwel de ‘stengel’, gericht op de stijve toestand. Andere benamingen in die tijd waren onder andere: ding, mast, punt, riet, staf, stuk, uier, vink, fluit, spuit, steel, vogel, worst, dobber, geweer, juweel, klepel, muisje, struik, sleutel, soldaat, klarinet, rozenboom, vleespijp, pijpkaneel, speeltuig, vlezen pijl, instrument, minnewapen, thermometer, voorkwispel, kleine jongen, schuiftrompet, Venuspriester, vrouwentrooster, kleine Ferdinand, en Vrouw Venusjager. (Mels van Driel: Geheime delen. 2008)
• (Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar: Woordenboek van het Algemeen Onbeschaafd Nederlands. 2013)

2) (2009) ((inf.) (meerv. en meestal verkleinvorm) sperma.

• De keer erop had ik daarom een orgasme gesimuleerd, wat haar toen ze zich in de badkamer had gereinigd, de opmerking ontlokte dat ik zo weinig soldaatjes in haar gespoten had. (Menno Lievers: De val van Hippocrates. 2009)
• ‘Naja, Philippe… heeft last van lui zaad.’
Ik zei: ‘Aah, arme schatten. Zal ik anders bijspringen? Mijn zaadjes marcheren als strijdlustige soldaatjes.’ (Mano Bouzamour: Bestseller Boy. 2018)

3) (1950) (Vlaanderen, Barg.) (alleen meerv.) munten; geld.

• Soldaten. (Alleen in het meervoud). Wordt gezegd zoals « janen », wanneer men het geld op rijen telt. ‘Ge kunt uw soldaten beginnen afduimen: ’t Is tijd dat ge betaalt.’
Naar alle waarschijnlijkheid kan het wel een oude muntbenaming zijn. Ten tijde van Philips de Goede werd er een zilveren munt geslagen, die de naam kreeg van “Rijdters”, “Les Cavaliers”, zoals sommige oude Hollandse dukatons, die dezelfde benaming hadden. (Oostvlaamsche Zanten. Mededelingen van de bond der Oostvlaamse folkloristen, september-december 1950)

4) (19e eeuw) (Zaanstreek) (enkel verkleinvorm) koffie met melk dooreen gekookt.

• (G.J. Boekenoogen: De Zaanse Volkstaal. Deel II: Zaans Idioticon - Aanvullingen. 1971)