Gewaarwording betekenis & definitie

Hetzij een soort ervaring, hetzij een vermogen, waarbij dit laatste in de filosofie het vermogen om ‘zuivere ervaringen’ (zie waarneming ) te hebben omvat. Gewoonlijk betekent sensum een vermeend object van ervaring, terwijl ‘gewaarwording’ voor de ervaring zelf staat.

We horen geluiden, maar ‘hebben’ geluidsgewaarwordingen. Wanneer we een gewaarwording ‘hebben’ of ‘ondergaan’ is ‘gewaarwording’ een ‘inwendig object’, zoals ‘heldendood’ in ‘een heldendood sterven’; in het midden latend hoe dat ligt bij sensa, mogen we wel stellen dat gewaarwordingen altijd door een subject worden ondergaan. Ervaringen worden naar het lijkt vooral dan gewaarwordingen genoemd wanneer ze hetzij geen externe oorzaak hebben, hetzij iets tot voorwerp hebben dat nogal algemeen of duister is. Een fluittoon in de oren hebben is een auditieve gewaarwording. ‘Sterretjes zien’, verblind worden, nabeelden hebben, misschien ook hallucinaties hebben, zijn visuele gewaarwordingen, maar we spreken zelden van visuele gewaarwordingen van kleur; vgl. zien. In ‘gewaarwording van’ betekent ‘van’ meestal ‘bestaande uit’, zoals in ‘gewaarwording van pijn, van duizeligheid, van misselijkheid’, maar het kan ook betekenen ‘in schijn of als ware het veroorzaakt door’, zoals in ‘gewaarwording van hardheid, van vallen’; ‘gewaarwording van warmte’ kan van het type ‘bestaan uit’ zijn, bijvoorbeeld bij koorts, of van het type ‘veroorzaakt door’, bijvoorbeeld wanneer men een hand naar het vuur uitstrekt. ‘Gewaarwording’ kan blijkbaar staan voor een soort ervaring, zoals ‘de gewaarwording van vallen’, of voor iets dateerbaars, zoals ‘de gewaarwording die ik daarnet had’, maar uitdrukkingen als ‘ik had alsmaar die gewaarwording’ maken duidelijk dat de ‘dateerbaar’-gevallen eigenlijk moeten worden opgevat als ‘soort’-gevallen, waarbij ‘had’ betekent ‘had een geval van’. Dit is van belang voor de vraag of verschillende mensen dezelfde gewaarwording kunnen hebben. (ZiepRivÉ-taal voor een belangrijk verwant probleem rond gewaarwordingen.)

De meeste gewaarwordingen zijn naar het lijkt lichamelijk, maar sommige, zoals de gewaarwording gevolgd te worden, zijn moeilijk te classificeren. Zie
ookvoelen, waarneming, zien.

G. Ryle, ‘Sensations’, in H.
D. Lewis (red.), Contemporary British Philosophy, 3rd series, 1956, herdrukt in R.J. Swartz (red.), Perceiving, Sensing, and Knowing, 1965. (Ryle’s opvatting over de meerzinnigheid van ‘gewaarwording’ en de rol van gewaarwordingen.)
D.L. Perry, The Concept ofPleasure, 1967, pp. 91-93. (Kan men zeggen dat gewaarwordingen ‘plaats vinden’?)
D.W. Hamlyn, The Theory of Knowledge, 1970. (In hoofdstuk 6 worden gewaarwordingen, sensa en waarneming besproken.)
G.N.A. Vesey, ‘Berkeley and sensations of heat’, Philosophical Review, 1960. (Waarom we zowel objecten als gewaarwordingen ‘warm’ kunnen noemen.)