Sensa betekenis & definitie

Meervoud van sensum. Entiteiten die alleen bestaan wanneer, en doordat, we ze gewaarworden. In de loop van de geschiedenis hebben vele filosofen gemeend dat de waarneming, evenals het geheugen, de verbeelding, dromen, hallucinaties enzovoort, een basis in de ‘zuivere ervaring’ heeft die vrij is van interpretatie en dwaling. Deze werd gewoonlijk opgevat als een bijzonder en direct of onmiddellijk zich bewust zijn (in recente Engelse literatuur vaak sensing genoemd) van wat nu eens ‘impressies’ werden genoemd, dan weer ‘ideeën’, ‘waarnemingen’ of ‘gewaarwordingen’, totdat Moore en Russell de term ‘sense data’, in het Nederlands te vertalen als ‘sensa’, tot gemeengoed maakten.

Voor sensa geldt inderdaad: bestaan is gegeven zijn aan een bewustzijn (vgl. berkeley). Ze hebben alle eigenschappen die ze voor het subject lijken te hebben en geen andere, en kunnen slechts aan één subject gegeven zijn. Kleurvlakken, geluiden, geuren, smaken, gevoelens van hardheid of van warmte zijn typische voorbeelden. Nabeelden, droombeelden, mentale voorstellingen, pijngevoelens, kinesthetische gewaarwordingen, gevoelens van misselijkheid enzovoort worden er soms wel, soms niet toe gerekend.

In de praktijk is het echter moeilijk om sensa te identificeren en te beschrijven en om onze kennis van fysische objecten erop te baseren (zie waarneming), zodat de opvattingen erover uiteenlopen. Soms worden ze als voor ieder toegankelijk beschouwd, namelijk als delen van objecten of van de oppervlakten van objecten. Ze kunnen dan bepaalde eigenschappen die ze lijken te hebben ontberen, of andere eigenschappen juist wel hebben die pas te ontwaren zijn bij nader onderzoek. Ook kunnen ze in bepaalde opzichten intrinsiek vaag zijn. Als we een glimp van een gespikkelde kip opvangen, heeft ons sensum dan een welomschreven aantal spikkels? Zij die sensa met fysische objecten trachten te verbinden veronderstellen soms dat er slechts-mogelijke sensa zijn (sensibilia, enkelvoud sensibilé), en dat objecten, zelfs wanneer ze niet worden waargenomen, daaruit bestaan. Het is tevens moeilijk om sensa te individueren, d.w.z. te zeggen waar het ene ophoudt en het andere begint, zoals het ook moeilijk is om te zeggen of ze kunnen veranderen. En zijn het substanties, kwaliteiten, gebeurtenissen of nog iets anders?

De tot nu toe besproken opvatting van gewaarworden (‘sensing’) als een handeling gericht op sensa als objecten maakt soms plaats voor de aan minder bezwaren onderhevig geachte adverbiale opvatting, waarin ‘ik word een rood sensum gewaar’ wordt vervangen door ‘ik word op rode wijze gewaar’. Weer een andere opvatting is dat het spreken over sensa slechts een taalkundig hulpmiddel is dat ons een substantief levert om over verschijnselen te spreken, zodat we bij het zien van een rode jurk in natriumlicht kunnen zeggen ‘ik word een grijs sensum gewaar’ in plaats van ‘het lijkt alsof ik iets grijs’ zie’. Zie ook fenomenalisme, gewaarwording, quale.

B. Russell, The Problems of Philosophy, 1912 (Problemen der filosofie, 1980). H.H. Price, Perception, 1932. (In hoofdstuk 1 worden sensa ingevoerd en verdedigd, de rest van het boek is erop gebaseerd.)
A.J. Ayer, The Central Questions of Philosophy, 1973 (De kernproblemen van de filosofie, 1976). (Zie pp. 70-72 van de Engelse uitgave voor enkele terminologische kwesties.)
G.J. Warnock (red.), Philosophy of Perception, 1967. (Hierin o.a. R.J. Hirst, R. Wollheim, ‘The difference between sensing and observing’, Proceedings of the Aristotelian Society, supplementary volume, 1954, en A.M. Quinton, ‘The problem of perception’, Mind, 1955, die kritisch is over de rol van sensa.)
rj. Hirst, Problems of Perception, 1959. (In de eerste vier hoofdstukken worden de argumenten voor sensa aangevochten.)
R.J. Swartz (red.), Perceiving, Sensing, and Knowing, 1965. (In deel 2 vindt men enige relevante artikelen, o.a. G.A. Paul, ‘Is there a problem about sense data?’, Proceedings of the Aristotelian Society, supplementary volume, 1936 (verdedigt de taalkundige opvatting), en Quinton (z.b.).)
J. L. Austin, Sense and Sensibilia, 1962. (Valt de sensatheorie van A.J. Ayer aan. Ayer antwoordt in ‘Has Austin refuted the sense-datum theory?’ Synthese, 1967, herdrukt in Ayers Metaphysics and Common Sense, 1969 en (met verdere readies) in K.T. Farm (red.), Symposium on J.L. Austin, 1969.)
T.L.S. Sprigge, Facts, Words and Beliefs, 1970, hoofdstuk 1. (Verdedigt sensa.)
R. Hall, ‘The term “sense-datum”’, Mind, 1964. (Over de oorsprong van de term.)