Ximenes de Cisneros betekenis & definitie

Ximenes de Cisneros (Francisco) of Jimenes, een Spaansch Staatsman, geboren in 1436 te Torrelaguna, was de telg van een in verval geraakt oud-Castiliaansch geslacht, studeerde te Salamanca in de regten en was vervolgens gedurende zes jaren te Rome als regtsgeleerde werkzaam. Na zijn terugkeer in Spanje was hij eerst wereldlijk priester en werd op 50-jarigen leeftijd monnik van de Orde der Franciscanen en wél van de broeders der Observanten. Door zijne ascetische levenswijs en zijne harde zelfkastijdingen in de eenzaamheid van het gebergte erlangde hij een roep van ongemeene heiligheid, werd biechtvader van koningin Isabella van Castilië en zag zich in 1495 na den dood van Mendoza benoemd tot aartsbisschop van Toledo en tot grootkanselier van Castilië, welke betrekkingen de bescheidene man eerst na langdurige weigering aanvaardde. Langer dan 20 jaren heeft hij, in weerwil van zijn gevorderden ouderdom, zijne waardigheid met de grootste voorzigtigheid, schranderheid en naauwgezetheid bekleed, zonder zijne gestrenge levenswijs te laten varen, daar hij zich steeds regelde naar zijne overtuiging en naar zijne beginselen.

Hij zorgde terstond voor eene doortastende hervorming der kloosters en dwong de Spaansche geestelijkheid tot gestrenger tucht en ijveriger pligtbetrachting. Maar even zoo krachtig ijverde hij ook tegen de Moorisken te Granada, wier verzet tegen zijne pogingen, om hen tot het Christendom te bekeeren, hij met bloedige gestrengheid strafte. Toen Phillippus van Oostenrijk in 1506 het koningrijk Castilië verkreeg, wist hij een einde te maken aan de twisten tusschen dien Vorst en den gemaal der overledene Koningin, Ferdinand de Katholieke. Ook tijdens het regentschap van Ferdinand had hij grooten invloed in Castilië. Paus Julius II zond hem in 1507 den cardinaalshoed en benoemde hem tot groot inquisiteur van Spanje.

In 1509 ondernam hij met soldaten, die hij voor zijn eigen geld geworven had, eene expeditie naar Afrika, om de Mooren te bekeeren en hun Oran te ontrukken, welke stad hij dan ook veroverde. In datzelfde jaar stichtte hij de universiteit te Alcala de Henares en belastte de geleerden aldaar met belangrijke letterkundige werkzaamheden, bepaaldelijk met de uitgave van het Oude Testament in zes talen, — een werk, dat in 1517 werd voltooid en in 1522 gedrukt. Na den dood van Ferdinand werd hij wegens de minderjarigheid van den troonopvolger regent des rijks. Hij bragt de geldzaken in beteren toestand, deed de vervreemde domeinen tot de Kroon terugkeeren, zorgde voor de eerbiediging der wetten en versterkte de Spaansche krijgsmagt, maar liet zich tevens door dweepzieken geloofsijver tot wreedheid tegen de ketters vervoeren; als groot-inquisiteur deed hij 2500 personen tot den brandstapel veroordeelen. Karel V ontsloeg hem op hoogst ondankbare wijze uit de staatsdienst, en Ximenes overleed den 8sten November 1517.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018