Xenophon betekenis & definitie

Xenophon. Onder dezen naam vermelden wij:

Xenophon, de laatste der drie groote Grieksche geschiedschrijvers. hij werd geboren omstreeks het jaar 450 vóór Chr. te Athene, was een ijverig leerling van Sócrates, die hem, naar men verhaalt, in den slag bij Delion (424) op zijne schouders uit het strijdperk droeg, begaf zich na het eindigen van den Peloponnesischen Oorlog naar Sardes tot Cyrus en vergezelde dezen op den veldtogt, dien hij ondernam tegen zijn broeder Artaxerxes Mnemon. Na den noodlottigen slag bp Cunaxa bragt hij de 10000 Grieken, die een gedeelte van het leger van Cyrus hadden uitgemaakt, uit het binnenland van Azië door meestal vijandelijke en gedeeltelijk onherbergzame gewesten over een afstand van 500 Duitsche mijlen naar hun vaderland terug, nam deel aan den togt van Agesilaus in Klein-Azië (396), vergezelde laatstgenoemde in 394 op een togt door Thracië naar Boeötië en streed bij Coronea in de gelederen der Lacedemoniërs. Wegens zijne ingenomenheid met Sparta hadden de Atheners hem reeds in 399 verbannen. De Spartanen daarentegen schonken hem een landgoed bij Scillus in Elis. Zoowel hier als later te Corinthe wijdde hij zich uitsluitend aan de beoefening der wetenschap en overleed omstreeks het jaar 355. zijne geschriften, die zich door eene ongemeene zuiverheid van taal en duidelijkheid van stijl onderscheiden, zijn verdeeld in geschiedkundige en wijsgeerige.

Tot eerstgemelde behooren de Cyropaedia of de geschiedenis van den ouderen Cyrus, eene soort van pligtenleer voor den beheerscher van een grooten Staat en o. a. uitgegeven door Hertlein (1853, 2 dln), — de Anabasis, of de terugtogt der 10000 Grieken, o. a. uitgegeven door Krüger (6de druk, 1871), — de Hellenica of de voortzetting der Grieksche geschiedenis van Thucydides tot aan den slag bij Mantinéa, o. a. uitgegeven door Dindorf (2de druk, (1850), — en een aantal kleine geschriften, wier echtheid niet boven allen twijfel verheven is, zooals over Agesilaus, — over de staatsregeling der Lacedemoniërs, — over de staatsregeling der Atheners, — over de inkomsten van den Staat, — „Hiero”, een gesprek over de middelen, waardoor een vorst het geluk zijner onderdanen kan bevorderen, — over de rijkunst, — over de jagt, enz. Tot zijne wijsgeerige geschriften behooren zijne „Gedenkwaardigheden (Apomnemoneunata of Memorabilia)”, welke in den vorm van gesprekken eene voorstelling bevatten van de leer van Sócrates, — de Apologie van Sócrates, van wier echtheid men niet overtuigd is, — het gastmaal (Symposium of Convivium), eene schets van Sócrates en zijne vrienden, — en Oeconomicus of een gesprek over het huisbestuur. Eene eerste uitgave van zijne gezamenlijke werken verscheen met eene voorrede van Ph. Melanchthon in 1540 te Schwabisch-Hall, en de nieuwste uitgaven daarvan zijn die van Bornemann en Sauppe (1825—1840, 6 dln), die van Dindorf (1839) en die van Bornemann, Breitenbach en Kühner (1828—1854, 4 dln). De hoogleeraar Cobet schreef eene „Prosopographia Xenophontea (1836)”.

Xenophon von Ephese, een Grieksch minnedichter, van wien de roman: „Ephesiaca” afkomstig is, waarin de liefdesgevallen van Anthia en Abrocomes worden vermeld. Dat boek is waarschijnlijk geschreven in de 4de of 5de eeuw onzer jaartelling en werd opgenomen in de „Scriptores erotici graeci (dl 15, 1858)” van Herscher.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018