Udine betekenis & definitie

Udine, eene Italiaansche provincie in het landschap Venetië, ligt bij de grenzen van Oostenrijk en telt op 116,79 □ geogr. mijl ruim een half millioen inwoners (1876). In het noordelijk gedeelte, waar de Paralba zich ter hoogte van 2690 Ned. el verheft, loopen de Alpen boogsgewijs door het land en zenden onderscheidene uitloopers naar het zuiden, waar zij zich in eene ruime, vruchtbare vlakte verliezen, welke naar de kust in slibgronden en lagunen overgaat. De belangrijkste rivieren zijn er: de Tagliamento, de Livenza en de Stella. Men verbouwt er tarwe, maïs, rijst, wijn, hennep, vlas, olijven en kastanjes, — voorts is er de veefokkerij, de visscherij en de zijdeteelt van veel belang.

De inwoners zijn er flinke werklieden en zoeken gedurende een gedeelte van het jaar werk buiten de provincie. De nijverheid bepaalt er zich bij de vervaardiging van zijden en katoenen stoffen, looijerij, brouwerij, het snijden in hout, pottebakkerij en het vervaardigen van papier en van metalen voorwerpen. — De hoofdstad Udine ligt, door wijngaarden omgeven, aan den spoorweg van Triest naar Venetië, is goed gebouwd en heeft met hare muren en torens een indrukwekkend voorkomen. In haar midden verheft zich een aanzienlijk kasteel, in 1577 gebouwd, weleer de zetel van den patriarch en thans eene gevangenis. Aan den voet van dit gebouw heeft men een plein met een zuilengang, alsmede een standbeeld van de godin des Vredes, aldaar geplaatst ter gedachtenis van den Vrede van Campo Formio. Tot de voornaamste gebouwen behooren er wijders: de Romaansche domkerk, de kerk van San Giovanni, het aartsbisschoppelijk paleis (met eene fraaije, door Giovanni da Udine beschilderde zoldering en fresco’s van Tiepole), het palazzo pubblico (van 1457), de schouwburg, en verschillende andere paleizen. Het campo santo van Udine is eene der schoonste kerkhoven van Europa. Deze stad is de zetel van een prefect, van een aarstbisschop en van een paar regtbanken; voorts is er eene technische school, een lycéum, een aartsbisschoppelijk gymnasium en seminarium en meer dan ééne instelling van weldadigheid. Het aantal inwoners bedraagt er bijna 30000, en deze houden zich bezig met het bewerken van zijde, met de vervaardiging van leder, hoeden, metalen voorwerpen, handschoenen, wijnbouw enz.

In hare nabijheid ligt het dorp Passerino met het kasteel van den laatsten doge van Venetië, waar Bonaparte zijn verblijf hield gedurende de vredesonderhandelingen van Campo Formio. De naam van Udine komt eerst voor in de 10de eeuw. In de 13de eeuw vestigde de patriarch Bertold er zijn zetel, en in 1445 onderwierp deze stad zich aan Venetië. Sedert de pest van 1515 en 1656 is zij niet weder tot hare voormalige grootheid opgeklommen. Na den opstand te Venetië in 1848 verliet zij de zijde van Oostenrijk, noodzaakte de bezetting haar te ontruimen, maar werd weldra na een bombardement van eenige uren weder door de Oostenrijkers ingenomen. In 1866 werd zij met Venetië ingelijfd in het koningrijk Italië.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018