Udemans betekenis & definitie

Udemans (Godefridus Cornelis), een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Bergen-op-Zoom vermoedelijk in 1582, was reeds in 1599 predikant te Haamstede en Burgt en later te Zierikzee. In 1607 zag hij zich, op verzoek van prins Maurits, met Walaeus en Trigland geplaatst bij de Hervormde gemeente te ’s Gravenhage. Hij was assessor op de Zeeuwsche Synode van 1618 en werd vanhier afgevaardigd naar de Nationale Synode te Dordrecht, waar hij zich een ijverig voorstander betoonde der Calvinistische leer, en in 1630 zonden de Algemeene Staten hem naar ’s Hertogenbosch, om aldaar onderwijs te geven in de leer der Hervormden.

Hij overleed in Januarij 1645. Van zijne talrijke geschriften noemen wij: „Een schoon tractaet van de uytnemendheyt van een Christen mensche enz. (1611)”, — „Corte ende duydelycke verclaringe over het Hoogeliedt Salomo enz. (1616)”, — „Hemels beleg, dat is geestelycke mannen van oorlogen om den hemel in te nemen enz. (5de druk, 1658)”, — „Het geestelyck compas tegen de Mennonisten (1646)”, — „Discours over ’t lange hayr (1643)”, — en „Het rechte gebruyck van des Heeren Avondmaal”.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018