Taag betekenis & definitie

Taag (De) of Tajo, eene der voornaamste rivieren van het Portugésche Schiereiland, ontspringt op de grenzen van Nieuw-Castilië en Aragon, in den Serrania de Cuënca, aan de westelijke helling van den Muéla de San Juan, stroomt in eene westelijke rigting langs Aranjuéz, Toledo en Alcantara en erlangt eerst bij hare komst in Portugal, waar zij de Tejo heet, het karakter van eene flinke rivier. Beneden Salvaterra verdeelt zij zich in een westelijken (Tejo novo) en een oostelijken arm (Mar de Pedro), die te zamen eene delta (Lizirias do Tejo) insluiten, om vervolgens zich uit te storten in de prachtige baai van Lissabon, welke door de breede Entrada do Tejo gemeenschap heeft met de zee. De geregelde scheepvaart op de Taag strekt zich uit tot Abrantes, en kleine vaartuigen gaan nog 50 bied. mijl verder stroomopwaarts.

Bij Santarem neemt de stoomvaart een aanvang, en tot hiertoe wordt zij van haren mond af ook door zeeschepen bevaren. Zij heeft eene lengte van 890 Ned. mijl, terwijl haar mond 675 Ned. mijl verwijderd is van hare bron, en haar stroomgebied heeft eene uitgebreidheid van 1334 □ geogr. mijl. Tot hare zijrivieren behooren op den regter oever: de Gallo, de Jarama, de Guadarrama, de Alberche, de Tiétar en de Alagon, — en op den linker: de Guadiéla, de Algodor, de Rio Almonte, de Salor, de Sever, de Zatas en de Canha.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018