Quack betekenis & definitie

Quack (Hendrik Peter Godfried), een uitstekend Nederlandsch staathuishoudkundige, geboren den 22sten Julij 1834, studeerde en promoveerde in de regten, werd kort daarna secretaris van de maatschappij tot exploitatie van spoorwegen, in 1868 hoogleeraar in de staatswetenschappen aan de hoogeschool te Utrecht en commissaris dier maatschappij, en in 1877 secretaris van de Nederlandsche Bank te Amsterdam, waarna hij het hoogleeraarsambt nederlegde.

Van zijne geschriften vermelden wij: „De doorgraving van Holland op zijn Smalst. Een laatste woord (1862)”, — „Martinus van der Hoeven, met een portret (1869)”, — „Traditie en ideaal in het volksleven (1872)”, — en inzonderheid: „Studiën op sociaal gebied (1877)”. Ook leverde hij merkwaardige opstellen in „De Gids” en behoort tot de redactie van dit tijdschrift, alsmede belangrijke hoofdartikelen in de „Nieuwe Rotterdamsche Courant”.

Laatst bijgewerkt 14-08-2018