Nabob betekenis & definitie

Nabob, eigenlijk Nawâb (afgezant) heette in het rijk van den Groot-Mogol in Oost-Indië een provinciale gouverneur, ondergeschikt aan den stadhouder van een groot landschap. Na den val van genoemd rijk bleef de titel toegekend aan hen, die zich als vazallen onderwierpen aan de Britsche heerschappij, terwijl eindelijk die naam ook gegeven werd aan rijke en aanzienlijke particulieren in Indië. In Europa noemt men veelal dengene, die in Indië groote schatten vergaderd heeft en dientengevolge op prachtigen voet leeft, een nabob, — trouwens bij ons ook wel suikerlord geheeten.

Laatst bijgewerkt 10-08-2018