Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 09-08-2018

Lustig

betekenis & definitie

Lustig (Jacobus Willem), een verdienstelijk toonkunstenaar, geboren den 21sten September 1806, leerde de beginselen der muziek van zijn vader, die de betrekking van organist bekleedde en werd zelf in 1728 organist in de St. Maartenskerk te Groningen. In 1732 bezocht hjj Londen, om er de concerten van Händel te hooren. Hjj was voorts de leermeester van Oltkoff, die hem als organist opvolgde, en overleed den 174™ Mei 1796. Hjj schreef: „Inleijding tot de muzijkkunde enz. (1751,1752)’’, — „Muzijkale spraekkonst enz. (1754)”, — „Onderrichting aangaande het clavier enz. (1777)”, —„Beknopte aanleiding tot het daarstellen van goede bassen en sieraden op de voizen van het graduale romanum (1784)”, — „Verbeterde harmonische wegwijzer enz. (1785)”, — „Zes sonaten voor clavecimbel”, — „Samenspraken over de muzjjkale beginselen enz. (1756, 12 stukjes)”,— — „Musico theologico (1755, 3 stukken)”, — voorts onderscheidene vertalingen, terwijl hjj ook handschriften heeft nagelaten.