Kabbala betekenis & definitie

Kabbala of ontvangene leer is bij de Israëlieten oorspronkelijk de leer, getrokken uit gewijde boeken, welke niet tot de Thora of vijf boeken van Mozes behooren, en uit de mondelijke overlevering. Sedert de 12de eeuw echter geeft men dien naam aan eene geheimzinnige wijsbegeerte, wier beginselen men reeds in het Perzisch-Macedonische tijdperk aantreft, terwijl zij de Oostersche emanatieleer tot grondslag heeft. Bij Philo, in den „Talmud” en in de „Midrasjim” vindt men wijsgeerig-godsdienstige begrippen, die door latere schrijvers zijn overgenomen; maar het eerste cosmogonische werk is het boek „ Jezirah” uit de 7de eeuw, hetwelk aan Akiba werd toegeschreven. Eerst veel later evenwel, namelijk in de 2de helft der 12de eeuw, bemoeide zich deze geheimzinnige leer, die zich aanvankelijk bij God en de schepping bepaald had, met uitlegkunde, zedeleer en wijsbegeerte en trad op als een mystiek-godsdienstig leerstelsel.

De geschriften, die daarover in de volgende 3 eeuwen in het licht verschenen, handelden over de geheime beteekenis der gewijde schrift, over hare uitlegging, over den eigenlijken zin der wetten en over het doen van wonderen door het uitspreken van den naam van God of door het gebruik van heilige spreuken. Ook vervaardigden de Kabbalisten boeken, die zij in de plaats stelden van gezaghebbende schriften, zooals het in de 13de eeuw in het Arameesch geschreven en aan Svmeon-ben-Jochai, een leerling van Akiba, toegekend boek „Sohar”, den bijbel van de jongere aanhangers der Kabbala. Zij hadden de wijsgeeren en voor een gedeelte ook de Talmudisten tot tegenstanders. Op nieuw bloeide de Kabbalistische wijsheid tegen het einde der 16de eeuw in Palaestina en Italië. Tot de grondigste kenners der Kabbala in onzen tijd behoort Jellinek (zie aldaar).

Laatst bijgewerkt 08-08-2018