Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 08-08-2018

Leer

betekenis & definitie

Leer, eene Oost-Friesche havenstad in de Pruissische provincie Hannover, ligt in een zeer vruchtbaar oord, 3 geogr. mIjl ten zuidoosten van Emden en 2 geogr. mIjl ten noorden van Papenburg, aan de bevaarbare Leda, die in hare nabijheid zich uitstort in de Eems, en aan de Duitsche Westbaan. De stad, die met hare breede, zindelijke straten en flinke huizen een goed voorkomen heeft, bezit 3 kerken, een bedehuis der Doopsgezinden en eene synagoge. Men telt er omstreeks 10000 inwoners. Merkwaardig is er de ijzeren spoorwegbrug over de Leda.

Men heeft er een gymnasium, eene hoogere burgerschool en eene ambachtsschool. De belangrijkste bronnen van bestaan zijn er handel en scheepvaart. Schepen met een diepgang van 5 Ned. el kunnen de stad bereiken, en de spoorwegen naar Emden, naar Hannover en naar Oldenburg (voorts over Bremen naar Hamburg), vermeerderd met die over Groningen naar Harlingen, die eerlang geheel gereed zal zijn, brengen er veel vertier. Er wordt vooral veel boter, vee en paarden uitgevoerd. Omstreeks 50 zeeschepen behooren er te huis, en groot is het getal zeeschepen en vooral het getal riviervaartuigen, dat er binnenvalt of uitzeilt. Ook de scheepsbouw is er van belang, terwijl het fabriekswezen er zich met kracht ontwikkelt. Men heeft er eene ijzergieterij, tabaks- en papierfabrieken. Niet ver van de stad bevindt zich het dorp Loga met het kasteel Erenburg, in spitsboogstijl gebouwd en door een park omgeven.