Kaas- en Broodsvolk betekenis & definitie

Kaas- en Broodsvolk is de naam der oproerige Kennemerlanders, meestal boeren, die eene groene kaas en een gerstenbrood in hun vaandel voerden. In 1491 verzamelden zij zich te Alkmaar, plunderden de woning van Nicolaas van Boshuizen, algemeen rentmeester van Holland, bedreven er vele buitensporigheden, trokken naar Hoorn en vernielden alle oude kasteelen. Hun aantal nam toe en in 1492 begaven zij zich naar Haarlem, waar het gemeen, in strijd met de bevelen der overheid, hen door de Kruispoort binnenliet. Het Kaas- en Broodsvolk maakte zich aanstond meester van het raadhuis, doodde den schout Nicolaas van Huiven, diens broeder en 2 schepenen, plunderde de huizen der aanzienlijken en verbrandde de rekenboeken der achterstallige belastingen.

Voorts verwoestten de opstandelingen vele adellijke sloten, trokken naar Leiden en Rotterdam, en sloopten de huizen Kralingen en Spangen. Dit hield aan totdat hertog Albrecht van Saksen door keizer Maximiliaan naar de Nederlanden gezonden werd. Deze bevelhebber versloeg het Kaas- en Broodsvolk en dempte het oproer.

Laatst bijgewerkt 08-08-2018