Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 06-08-2018

Eerde

betekenis & definitie

Eerde (Jan Rudolf van), een Nederlandsch geschied- en oudheidkundige, werd geboren te Ten Boer in Groningen den 30sten Augustus 1774. Hij studeerde te Groningen in de letteren, werd er conrector aan het gymnasium, was als lid der commissie van toezigt met ijver voor het onderwijs werkzaam, zag zich eerst benoemd tot hoogleeraar aan de hoogeschool te Franeker, voor welke betrekking hij bedankte, en later aan die te Groningen (1808), welken post hjj aanvaardde met eene redevoering „De historiae inprimis universalis a recentioribus excultae amplitudine et praestantia”. In 1816 werd hij bibliothecaris der hoogeschool en leverde in 1833 een nieuwen catalogus.

Ook was hij secretaris van het Instituut voor doofstommen, en overleed den 10den November 1835. Hij was lid van het Koninklijk Aziatisch genootschap te Londen, en van het Koninklijk genootschap voor Noordsche oudheidkunde te Kopenhagen. Behalve eenige redevoeringen heeft hij niets oorspronkelijks uitgegeven.