Ebrard betekenis & definitie

Ebrard (Johann Heinrich August), een Protestantsch godgeleerde, geboren te Erlangen den 18den Januarij 1818, studeerde te Erlangen en te Berlijn en vestigde zich, nadat hij 2 jaar als huisonderwijzer was werkzaam geweest, in 1842 te Erlangen als privaatdocent, werd er in 1843 repetitor en ging in 1844 als hoogleeraar naar Zürich, vanwaar hij in 1847 als gewoon hoogleeraar in de Hervormde theologie naar Erlangen terugkeerde. In 1853 werd hij raadslid van het consistorie te Spiers, doch legde weldra die betrekking neder, en hield theologische voorlezingen aan de universiteit te Erlangen. Van zijne talrijke geschriften noemen wij: „Kritik der evangelischen Geschichte (1842, 2de uitgave 1850)",— „Das Evangelium Johannis (1845)’’, — verklaringen van verschillende bijbelboeken, als vervolg op Olshausen's „Commentar zum neuen Testament”, — „Christliche Dogmatik (1851—1852, 2 dln, 2de uitgave 1862)”, — „Vorlesungen über praktische Theologie (1854)", — „Handbuch der christlichen Kirchenund Dogmengeschichte (1865)”,— „Reformirtes Kirchenbuch (1847)”, — benevens eenige bundels leerredenen. Ook gaf hij de „Zukunft der Kirche (1845—1847)” en met Ball en Treviranus de „Reformirte Kirchenzeitung (1851—1853)” in het licht.

Laatst bijgewerkt 06-08-2018