Ebers betekenis & definitie

Ebers (Georg Moritz), een uitstekend onderzoeker op het gebied der Oostersche, vooral der Egyptische oudheid, werd geboren te Berlijn den 1sten Maart 1837, studeerde te Göttingen eerst in de regten, daarna in de letteren en legde zich te Berlijn vooral toe op de Egyptische taal- en oudheidkunde. Nadat hij van eene verlamming van een zijner voeten genezen was, bezocht hij de belangrijkste muséa van Europa en vestigde zich in 1856 te Jena, waar hij voorlezingen hield over de oud-Egyptische spraakleer, geschiedenis en gedenkteekenen. In 1869 begaf hij zich op reis over Spanje en Noord-Afrika naar Egypte en keerde na eene afwezigheid van 14 maanden in Duitschland terug, waar hij in 1870 als hoogleeraar te Leipzig beroepen werd.

Reeds vroeger, gedurende zijne ongesteldheid, had hij den roman geschreven „Eine ägyptische Königsdochter”, die, door Rogge en Pleyte in het Nederlandsch vertaald, een tafereel bevat van de levenswijze der oude Egyptenaren en algemeenen bijval vond. Voorts schreef hij: „Disquisitiones de dynastia vicesima sexta regum aegyptiorum (1865)”, — en „Die Bücher Moses. Sachlicher Commentar zu Genesis und Exodus (1868, dl 1)”.

Laatst bijgewerkt 06-08-2018