Ebbenhout betekenis & definitie

Ebbenhout is zeer hard, eenigzins broos, zwaar en donkerzwart van kleur, en bij het verbranden verspreidt het een eigenaardigen, niet onaangenamen geur. Voorheen werd het ook in de geneeskunde gebruikt als een oplossend en zweetdrijvend middel, doch in den tegenwoordigen tijd verschaft het hoofdzakelijk grondstof aan kunstdraaijers. Het heeft een soortelijk gewigt van 1,33 en is door zijne hardheid en schoonen glans zeer geschikt voor meubels en muziek-instrumenten. Het zuiver zwarte zonder vlammen of aderen wordt voor het beste gehouden.

De boomen, die echt ebbenhout leveren, zijn soorten van de geslachten Diospyros en Maba, tot de familie der Ebenaceën, — en van het geslacht Aspalathus, tot die der Vlinderbloemigen behoorende. De soorten der eerste 2 geslachten, die ebbenhout leveren (vooral Maba Nbenus S. Sr.), komen voor in Oost-Indië, ook in den Indischen Archipel, op Madagascar en Mauritius (vooral van Diospyros JEbenus Setz, zie ook onder Dadelpruim), terwijl laatstvermeld geslacht in Aethiopië groeit, oneven gevinde bladeren heeft en er den naam draagt van mozzoengha. Zijn splint is wit, doch het kernhout zwart. Daarenboven geeft men den naam van ebbenhout ook aan andere boomen, die min of meer donker gekleurd zijn en tot verschillende geslachten behooren. Men heeft b. v. Cretisch ebbenhout met fraaie bruine aderen op een olijfgroenen grond, — West-Indisch ebbenhout met eene groenachtig bruine kleur en van Brya Ebemis afstammende, — en het Braziliaansch, dat van den airi-palm (Astrocaryum) komt enz.

Laatst bijgewerkt 06-08-2018