C betekenis & definitie

C, de derde letter van ons alphabet, is bij de Romeinen uit de Grieksche gamma ontstaan, om vervolgens in de Romaansche en Germaansche talen eene plaats te vinden. Aanvankelijk werd zij te Rome als g uitgesproken; weldra echter voegde zij zich naar den klank der k en verdrong het teeken van deze letter, terwijl hare uitspraak nog steeds naar die der g bleef zweemen. De eerste taal-onderwijzer te Rome, Sp. Carvilius (235 vóór Chr.), gaf echter een schriftteeken aan de g, en na dien tijd gold de c voor k, zoodat deze alleen in eenige zeer oude woorden behouden bleef.

Die uitspraak blijkt uit de Nederlandsche woorden, die van het Latijn afkomstig zijn, zooals keizer (caesar), kelder (cella), kist (cista), kerker (carcer) enz. Daar ten tijde der groote volksverhuizingen de klanken ci en ti — deze laatste sissend uitgesproken als tsi — veelvuldig met elkander verwisseld werden, kwam de c als sisklank voor de zachte klinkers e, i, ae, oe, ue en y in de Romaansche talen, en van deze in het Frankisch en Duitsch. In onze taal komt de c alleen voor in verbinding met de h en keert dan tot haar ouden klank, tot dien der g terug. In het Italiaansch heeft de ch den Romeinschen klank — dien der k — behouden; in het Fransch klinkt zij als sch, in het Engelsch en Spaansch als tsch. In het Hoogduitsch wordt de c — behalve in woorden van vreemden oorsprong — enkel gebruikt in de verbinding ck, en deze heeft alsdan den klank kk.

In de muziek is C het grondtoonteeken van het toonstelsel. Voorts wordt door dat letterteeken de 4/4de of, als het doorgestreept is, de 2/2de maat aangeduid, terwijl het eindelijk ook den bassleutel aanwijst.

Als verkorting wordt de C niet alleen gebruikt voor Romeinsche namen (Caesar, Cajus, Cassius, Claudius) of Latijnsche woorden (consul, censor, colonia, civitas, centuria, cohors, conscriptus, conjux enz.), maar ook voor het teeken van afkeuring (condemno, ik veroordeel) op de stemtafels, voorts als teeken voor den thermometer van Celsius, in de scheikunde als dat van carbonium (koolstof), met de a — dus Ca — als dat van calcium, met de d — dus Cd — als dat van cadmium, en met de e — dus Ce — als dat van cerium. Op recepten van geneeskundigen vindt men C voor calx (kalk) en C. C. voor cornu cervi (hertshoorn). In den handel beteekent C kapitaal, courant, conto enz. Als Romeinsch cijfer beteekent de C (centum) honderd.

Laatst bijgewerkt 02-07-2018